37 km/u sprinten zoals Micky van de Ven? Dit zijn de 3 geheimen

Praat mee!
Redacteur Men's Health

Getty Images

Getty Images

Met het WK in volle gang wordt één ding opnieuw duidelijk: snelheid maakt het verschil. Oranje-spelers als Micky van de Ven, Crysencio Summerville en coverman Donyell Malen behoren tot de snelste spelers van het toernooi en maken met hun acceleratie voortdurend het verschil.

Maar wat maakt deze spelers zo ongelooflijk snel? En belangrijker nog: kun jij daar zelf iets van meenemen in je eigen training?

Helemaal net zo snel worden als Van de Ven, die in de Premier League snelheden tot bijna 37 km/u aantikt, is misschien wat ambitieus. Maar je kunt wél je eigen sprintvermogen flink verbeteren.

Met de juiste techniek en training zijn er verrassend simpele manieren om sneller, explosiever en efficiënter te worden.

In dit artikel zetten we 3 praktische tips op een rij.

3 simpele maar effectieve tips om sneller te worden

1. Loop op de voorvoet, niet op je hielen

Veel amateur-sprinters verliezen snelheid doordat ze te veel op hun hak landen. Topsprinters doen dat niet.

Zij landen vooral op de voorvoet. Dat zorgt ervoor dat je lichaam direct kan 'veren' en kracht kan omzetten in snelheid.

Door op je voorvoet te lopen:

  • kun je sneller afzetten
  • gebruik je je kuitspieren effectiever
  • bouw je meer explosiviteit op

Let op: je hoeft niet overdreven op je tenen te lopen, maar wel licht en actief op de voorvoet blijven.

2. Snelle passen zijn belangrijker dan grote passen

Veel mensen denken dat grotere stappen automatisch sneller zijn. Maar in de sprintwereld draait het vooral om frequentie.

Snelle, krachtige passen zorgen voor meer snelheid dan lange, zware stappen.

De sleutel:

  • blijf 'licht' in je loopstijl
  • verhoog je pasfrequentie
  • behoud een krachtige afzet

Spelers als Malen en Van de Ven combineren lengte met extreem snelle beenrotatie. Dat maakt ze zo moeilijk te stoppen op het WK.

3. Train vaker, maar korter

Snelheid train je niet alleen in lange sessies. Sterker nog: korte, regelmatige trainingen werken vaak beter.

Je hoeft geen uur te sprinten. 15 tot 20 minuten kan al genoeg zijn.

Belangrijk is:

  • train elke 48 uur je snelheid
  • houd het explosief en technisch
  • voorkom vermoeidheid in je training

Door regelmaat went je lichaam aan snelheid en explosiviteit. En dat vertaalt zich direct naar betere sprints op het veld.


;