Al helpt dit maar 1 iemand.

Zo kwam ik langzaam (maar zeker) uit mijn depressie

© Getty Images

Zo kwam ik langzaam (maar zeker) uit mijn depressie

Een depressie hoeft niet altijd een diagnose te zijn. Het is een mentale staat, die verschillende gradaties kent. In het kader van het donkere eindpunt van dit spectrum, waaraan ik werd herinnerd door Suïcide Preventieweek 2025, besloot ik om dit om te schrijven.

Na het zakken voor mijn havo-diploma belandde ik als zeventienjarige in een zwart gat. Mijn ouders gescheiden, met mijn vader ging het erg slecht. Ik was dik, lusteloos en had geen doel. Havo herkansen liet ik schieten, liever vrijwillig falen dan plichtmatig.

Bovendien, ik zag geen heil in een diploma. Ik wist toch niet wat ik met mijn leven moest. Dat wist ik nooit. Mijn profielkeuze was onbewust democratisch bepaald door mijn klasgenoten. Ik koos wat zij kozen, omdat ik me er wel in kon vinden: economie en maatschappij.

Ik deed ruim twee jaar niets. Geen school, amper werk, geen leven. Wat ik veel deed was in bed liggen, voetballen en blowen.  Alles om maar niet te voelen. Alles om me geen deelnemer van een maatschappij voelen waarin ik verloren was.

Redding 1: een doel vinden

Naast voetballen, had ik letterlijk niks om voor te leven. Dankzij kortstondige baantjes via het uitzendbureau realiseerde ik me vooral welk werk ik allemaal nooit meer wilde doen. Laat staan de rest van mijn volwassen leven.

Ik zat vast in huis met een depressieve vader en toen het niet meer ging, bewoog ik. Nadat ik bij mijn moeder ging wonen gebeurde er eindelijk iets positiefs: ik viel af. Al het voetballen in de zeeën van vrije tijd en weer normaal gekookt avondeten – iets waar mijn vader en ik allebei nooit zin in hadden – hadden impact op mijn lichaam.

Zelfs anderen merkten het: 'Ben je afgevallen?' Ik had het niet eens door. Als jonge tiener had ik meermaals het leven vervloekt omdat ik dik was. Het was iets wat mij overkwam, waar ik niks aan kon doen. Bewezen door de blik in de spiegel na tweeënhalve push up en twaalf sit-ups; er verandert niks.

Voor het eerst had ik enig idee van grip op het leven. Ik had wel degelijk de macht om iets te veranderen. Dus kocht ik twee halters van 15 kg en zocht alles over gezond leven op wat ik maar kon vinden. En dat probeerde ik allemaal uit. Ik at koolhydraatarm, keto, carnivoor. Ik vastte, rende, tilde en duwde. Geen dag ging voorbij dat ik niet trainde.

Het gaf mijn leven weer zin, vandaar de overduidelijke obsessie die eruit voortkwam. Maar goed, ik was met mijn gezondheid bezig en werd steeds fitter. Daardoor ging ik ook makkelijker voetballen, nog steeds het enige leuke dat ik deed.

Want ja, ik had nog steeds geen levensdoel. Geld verdienen met voetbal ging nooit lukken en ik was vaak genoeg stoned om nooit na te hoeven denken over wat ik met mijn toekomst ging doen. Een toekomst die wel dichterbij kwam.

Redding twee: een stap

Op aandringen van mijn moeder begon ik na 2,5 jaar klaplopen aan een nieuwe opleiding. Allesbehalve economie en maatschappij, toch? Mbo Marketing en Communicatie werd het. Het sloot enigszins aan bij de toekomstillusie uit mijn middelbareschooltijd, en was algemeen genoeg om op het hbo nog iets anders te kunnen doen.

Terwijl ik zeker was dat dit het niet was, ging ik het toch doen. Met frisse tegenzin, dat wel. Maar gek genoeg brachten deze 3 jaar me alles wat ik nodig had.

Waar ik mezelf eerst vooral onzeker voelde als ‘laatbloeier’ – inmiddels was ik 20 jaar – bracht ouder zijn me ook een soort status, autoriteit, wijsheid. Het was niet veel, maar genoeg om weer vertrouwen in mezelf te kweken.

Bovendien ging ik voor het eerst naar een school waar ik niet de dikke van de klas was. Al voelde ik me op de eerste dag wel zo. Ik was fit, afgetraind zelfs, al zeg ik zelf. En het belangrijkste: ik was weer onderdeel van de maatschappij.

Daarbij was het ontmoeten van vreemde mensen een zegen voor mijn mentale gezondheid. Alles wat ik niet tegen bekenden durfde te zeggen – dat het slecht met me ging, ik ongelukkig was, ik jarenlang in verdriet heb geleefd – vertelde ik makkelijker wanneer ik nieuwe mensen leerde kennen.

Mensen die dicht bij me stonden, wilde ik niet lastigvallen met mijn ellende. De afstand tot nieuwe mensen vulde ik op met waar mijn hoofd zo vol mee zat. Het kwam immers altijd wel ter sprake, bijvoorbeeld als ze vroegen waarom ik 3 of 4 jaar ouder was dan sommige anderen.

In jaar 3 sloeg de existentiële crisis weer toe. Mijn diploma nadert, maar wat ga ik hierna doen? Totdat er iets gebeurde in de laatste paar maanden van de opleiding.

Mijn lerares Nederlands vertelde me hoeveel ze genoot van mijn schrijfopdrachten. 'Ga je daar iets mee doen?' Ik had er nooit over nagedacht. Direct kwamen verdrongen flashbacks terug van tijden op de basisschool, waarin ik schrijven zo leuk vond – maar ja… niet ‘cool’. Shit, ik was mijn gehele mbo-studie raps aan het schrijven in mijn Notitie-app, maar had mezelf nooit als schrijver gezien.

Loop, al is het maar twee stappen

Even doorspoelen: ik haalde mijn diploma, ging journalistiek studeren, werd schrijver en nu schrijf ik dit stuk voor mijn droomtitel – deze zin is niet gesponsord. Wat me brengt bij de moraal van dit verhaal, die ik mooier vind klinken in de quote van rapper Freeze: 'Loop, al is het maar twee stappen.'

Het is wat cliché, maar een depressie is een dal. Een diep dal. En je komt daar alleen maar uit door te blijven bewegen. Je zult struikelen, misschien zelfs helemaal terugrollen naar beneden. Ook dan is het enige wat je kunt doen weer de stap naar voren zetten.

Mijn mbo-studie was iets waar ik totaal niet achterstond. Ik wilde niet, wist dat het mijn toekomst niet ging helpen. Maar de route maakte op dat moment niet uit. Want als ik niet bewoog, bleef ik zitten in mijn dal.

En hoe langer je daar blijft zitten, des te kouder het wordt. Tot het enige dat nog beter voelt dan de plek waar je bent, het einde is. Zelf ben ik gelukkig nooit zover gekomen dat ik aan zelfmoord dacht. Maar ik heb er weleens hypothetisch over gebrainstormd: ‘wat als…’

Ik wist dat ik dat nooit zou durven. Nooit zou willen ook. Ik wilde gewoon niet het leven zoals het toen was. Maar, zoals ik zeg, wat als ik nog langer in dat dal was blijven zitten? Nu ik erop terugkijk, denk ik dat ik vooral dat ik hoopte om gemist zou worden.

Mijn verhaal is als een medicijn. Ik wil mezelf niet neerzetten als het voorbeeld, maar als optie. Ik hoop dat dit iemand kan helpen. En mijn advies naar iedereen die zichzelf erin herkent: beweeg.

Meer van Men's Health? Volg ons ook op Facebook, Instagram en TikTok.