Column Bryan Wolters

De harde waarheid over spiergroei: niet iedereen speelt met dezelfde kaarten

Praat mee!
Bewegingswetenschapper

Unsplash

Unsplash

Bryan Wolters (37) heeft een master in Bewegingswetenschappen, leidt personal trainers op en heeft een deadlift van 330 kilo op z’n naam staan. In deze column deelt hij zijn visie op en expertise over fitness en gezondheid.

De mythe van 10.000 uur

Een interessante vraag is: worden topatleten geboren of gevormd? Oftewel, zijn prestaties vooral training en inzet, of speelt genetica mee? Anekdotes over doorzettingsvermogen en wilskracht zijn natuurlijk inspirerend. Zo maakte Malcolm Gladwell de ‘tienduizend urenregel’ populair: tienduizend uur trainen om expert te worden, of dat nou schaken, stijldansen of viool spelen is.

In veel gevallen lijkt een jaar of tien toegewijd trainen nodig, iets wat veel specialisten zullen bevestigen. Rond deze ‘regel’ wordt vaak advies gegeven over motivatie, doorzettingsvermogen en het bouwen van routines om die tienduizend uur te volmaken. Dat past in onze tijd, waarin de gedachte heerst dat persoonlijke prestaties geoptimaliseerd kunnen worden en dat alles in eigen hand ligt. Maar dit geromantiseerde beeld is te kort door de bocht. Laat ik bij mijn eigen leest blijven en krachttraining als voorbeeld nemen.

Niet iedereen reageert hetzelfde op training

Wie weleens een jaar in de gym heeft rondgehangen, weet dat niet iedereen dezelfde resultaten boekt. De wetenschap bevestigt dit. Zo bestudeerden Finse onderzoekers de variatie in spiergroei bij deelnemers aan een krachtprogramma. Het resultaat? Gemiddeld nam de spiermassa zo’n vijf procent toe, maar de spreiding was enorm. Sommige deelnemers zagen hun spiermassa met wel dertig procent groeien, terwijl anderen na hetzelfde programma zelfs een krimp in spieren noteerden (!).

Ongeveer één op de zeven bleek een soort hypertalent, terwijl bijna een derde met magere resultaten bleef zitten. Natuurlijk hadden de low-responders misschien meer succes gehad met een andere trainingsindeling, maar de harde conclusie is duidelijk: hoe gespierd je kunt worden, wordt voor een groot deel bepaald door wie je ouders zijn.

Genen bepalen de grenzen, niet de uitkomst

Je zou hieruit kunnen concluderen dat het alleen draait om talent en geluk, maar zo simpel is het niet. Je genetische aanleg bepaalt de grenzen van wat mogelijk is, maar binnen die grenzen moet je nog steeds duizenden trainingsuren maken om je maximale spiermassa te bereiken. Of om het uiterste uit je talent te halen, zoals bij iets als vioolspelen. Voor echte prestaties heb je dus zowel een flinke bak talent als een flinke portie inzet nodig, ongeacht wie je bent.

Wat dit voor jouw training betekent

Voor krachttraining kun je hier twee duidelijke lessen uit halen.

De eerste les: hoe gespierd iemand eruitziet, zegt niet automatisch hoe slim of hard die persoon traint. Krijg je trainingsadvies van iemand met enorme armen? Probeer dan te achterhalen of die biceps komen door slimme training, of gewoon door geluk in de genen.

De tweede les: jouw spier- of fitheidsniveau weerspiegelt ook niet altijd hoeveel inzet je levert of hoe gepassioneerd je bent. In de gym spelen we allemaal hetzelfde spel, maar je genetische aanleg bepaalt voor een groot deel op welk absoluut niveau dat gebeurt. 

Deze column verscheen als eerst in Men's Health-magazine. Alle Men's Health-content als eerste lezen? Sluit een abonnement af.

Volg je Men's Health al op Google Discover? 
Mis nooit meer een artikel over training, voeding of gezondheid in Google Discover. Volg Men's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.