Ward Lemmelijn: 'Ik trainde drie keer per dag en at bijna dagelijks een hele kip'
Thomas Vriens

Hij had alles in zich om door te breken als profvoetballer bij clubs in België en Nederland. Maar één toevallige stap op een roeimachine veranderde zijn leven compleet. Tien jaar later is Ward Lemmelijn (28) meervoudig Europees en wereldkampioen indoorroeien én jaagt hij alweer een nieuw doel na: Hyrox.
Van de grasmat naar de roeimachine, hoe is dat zo gekomen?
‘Tot mijn veertiende voetbalde ik bij KVK Tienen. Daarna ging ik naar URSL Visé en op mijn zestiende naar Roda JC Kerkrade. Twee jaar later keerde ik terug naar URSL Visé, toen actief in de Belgische tweede klasse. In 2015 ging die club failliet. Voor het eerst in mijn leven moest ik me vier maanden lang vermaken zónder voetbal.
Om fit te blijven, nam ik een abonnement bij de sportschool: lopen, fietsen, krachttraining. Tussen de apparaten stond ook een roeimachine. Ik was negentien en had nog nooit geroeid. Een sportschoolgenoot vroeg of ik een test wilde doen voor het roeiteam van Hogeschool PXL, waar ik studeerde. Tijdens die test dook ik meteen tien seconden onder het schoolrecord. Twee weken later won ik het Belgisch kampioenschap indoorroeien.’
© Thomas Vriens
© Thomas Vriens
© Thomas VriensDat klinkt als een keerpunt: hoe maakte je de keuze tussen voetbal en roeien?
‘Ik ontdekte dat ik meer talent had dan alleen voetbal. Naast roeien deed ik veel aan fitness met vrienden, maar bij mij ging de spieropbouw veel sneller en ik kreeg al snel een atletische look. Dat zette me aan het denken. Voetbal was altijd mijn droom, maar moest ik niet iets nieuws proberen? In het begin combineerde ik beide, maar een jaar later werd ik wereldkampioen indoorroeien in Los Angeles. Toen wist ik: dit is bijzonder.
Voetbal betekende vier keer per week trainen en goed geld verdienen. Roeien betekende twee keer per dag trainen en weinig inkomen. Toch trok het me meer. Roeien is individueel: alles hangt af van jezelf. Als je een goede tijd roeit, bén je een goede roeier. Bij voetbal blijft het subjectief: de een vindt dat je goed speelt, de ander niet. Ik heb een sterk karakter en als ik ergens voor ga, ga ik er helemaal voor. Dit talent móest ik ontwikkelen.’
Stond je er alleen voor of kreeg je begeleiding van een coach?
‘In het begin deed ik alles zelf, zowel in de fitness als op de roeimachine. Ik trainde drie keer per dag en at bijna dagelijks een hele kip. Voor mij was dat de meest praktische manier om spiermassa op te bouwen. In anderhalf jaar tijd groeide ik van achtenzeventig kilo naar honderdvijf. Natuurlijk zat daar ook wat vet bij, momenteel zit ik rond de zeven procent vet.
In het begin trainde ik drie keer per dag en at ik bijna dagelijks een hele kip
Na ongeveer een jaar vond ik het tijd voor de volgende stap. Ik kreeg hulp van mensen die dicht bij me staan. Eigenlijk is m’n team opgebouwd uit mijn beste vrienden en mijn broer. Eén vriend verdiepte zich in uithoudingsvermogen en groeide met mij mee. Hij is nu trainer van veertig atleten en werkt bij een profwielerteam. Een andere kameraad is bodybuilder en diëtist en maakt mijn kracht- en voedingsschema’s. Nog een vriend helpt met logistiek, zoals het afstellen van de ergometer. En mijn broer is mijn vaste trainingspartner en fysiotherapeut.’
Is het niet lastig om kritisch te blijven als je vrienden ook je trainers zijn?
‘In het begin was het even zoeken, maar inmiddels hebben we een goed evenwicht gevonden. Iedereen heeft zijn eigen specialiteit en samen streven we altijd naar het allerbeste. Tijdens trainingen en wedstrijden coachen ze me serieus en met volle focus, daarna draaien we de knop om en hebben we gewoon plezier. Die afwisseling werkt perfect. Ook tijdens wedstrijden geeft hun aanwezigheid me rust: met mijn vrienden om me heen voel ik nul stress, het lijkt soms zelfs een beetje op vakantie. Alles valt mooi samen en de verhoudingen kloppen gewoon.’
© Thomas Vriens
© Thomas Vriens
© Thomas VriensHoe ziet jouw trainingsweek eruit?
‘Ik sta elke dag rond zes uur op en train van half zeven tot half negen. Dat kan lopen, roeien of krachttraining zijn. Mijn schema bestaat uit twee leg days en twee upperbody days. Bij de benen focus ik de ene dag op quads – squats en leg press – en de andere dag op bilspieren, zoals Bulgarian split squats en Romanian deadlifts.
Voor het bovenlichaam doe ik één pushday voor borst, triceps en schouders, en één dag voor rug en biceps. Van negen tot één geef ik les op een middelbare school. In de middag, rond twee uur, volgt mijn tweede training: roeien, lopen, kracht of fietsen. Daarna staan vaak nog meetings gepland. Zo zijn mijn dagen gevuld tot half tien ’s avonds, dan ga ik meteen slapen.'
Dus je bent óók nog leraar. Hoe combineer je dit met topsport?
‘Klopt, ik heb lichamelijke opvoeding gestudeerd, maar door het lerarentekort in België geef ik ook vakken als wiskunde en Frans. Het is goed te combineren, want ik geef maar een paar uur per dag les. Ik geloof dat het belangrijk is om naast topsport iets anders te doen. Anders word je op den duur een beetje wereldvreemd: je weet niet meer wat een werkweek is of hoe een weekend voelt, want in topsport lijkt elke dag op elkaar.
Ik geloof dat het belangrijk is om naast topsport iets anders te doen
Die afwisseling met school helpt me mijn hoofd leeg te maken. Het leuke aan lesgeven, vind ik dat ik mijn passie kan overbrengen op jongeren. Ze hebben vaak grote dromen, en ik laat ze zien dat hard werken echt loont. Het is mooi om ze daarin te steunen en duidelijk te maken dat er heel veel mogelijk is als je er vol voor gaat.’
Welke doelen heb je op dit moment?
‘Op roeigebied heb ik een duidelijk doel: het wereldrecord verbreken. Daarvoor moet ik nog zo’n anderhalve seconde van mijn wedstrijdtijd af roeien. Tegelijkertijd ben ik bezig met Hyrox en daar train ik serieus voor. Ik geloof dat ik met de juiste aanpak kan doorgroeien naar Hyrox Elite 15, het hoogste niveau binnen de competitie.
Ik weeg nu zo’n honderdtwee kilo, maar tijdens het roeiseizoen ga ik weer richting de honderdzeven kilo, omdat meer gewicht daar juist voordeel biedt. Beide sporten draaien om krachtuithoudingsvermogen, met de benen als basis. In het najaar wil ik echt focussen op Hyrox en kijken hoever ik kan komen. Daarna bepaal ik wanneer ik me richt op Hyrox en wanneer op roeien, zodat ik bij beide disciplines op topniveau kan presteren.’
Heb je tips hoe je cardio en krachttraining het beste kunt combineren, zonder dat ze elkaar in de weg zitten?
‘Voor mij geldt altijd: eerst krachttraining, later cardio. Bij krachttraining wil ik fris zijn en geen vermoeide spieren voelen, anders werkt het niet optimaal. Daarnaast zijn voeding en slaap minstens zo belangrijk: ik eet dagelijks zo’n zesduizend calorieën, met veel eiwitten, koolhydraten, gezonde vetten en vers fruit. En ik zorg voor zeven tot acht uur slaap per nacht. Zo kun je echt het maximale uit je trainingen halen.
Mijn belangrijkste motto: durf te dromen en laat je niet tegenhouden door wat anderen zeggen. Als je ergens voor wilt gaan, moet je er keihard voor werken, dan is het altijd mogelijk. Als iemand denkt dat iets mij niet gaat lukken of te moeilijk is, gebruik ik dat juist als motivatie om te bewijzen dat ik het wel kan.’
Dit artikel verscheen als eerst in Men's Health Magazine. Alle Men's Health-content als eerste lezen? Sluit een abonnement af.













