'Ik was mijn sportprestaties geworden.' Zo kun je jezelf verliezen in fanatisme
Getty Images

Jet Kramer (26) is psycholoog en trainer bij Stichting W(eet) wat je doet. Ze traint coaches en ouders in het herkennen van signalen van een ongezonde relatie met sport en helpt hen het gesprek aan te gaan met sporters. Daarnaast werkt ze als psycholoog, waar ze regelmatig mensen begeleidt die worstelen met prestatiedruk, zelfbeeld en de invloed van sport op hun mentale gezondheid. Ook uit eigen ervaring weet ze hoe sport kan omslaan van een gezonde uitlaatklep naar een obsessie.
Interview: Jonathan Post
Tekst: Lukas Bos
Als hockeytalent hing haar eigenwaarde volledig af van haar prestaties op het veld. 'Als ik goed speelde, voelde ik me goed over mezelf. Maar zodra dat niet zo was, stortte mijn zelfvertrouwen in.'
Volgens Jet is dat precies waar het bij veel fanatieke sporters misgaat. Niet de sport zelf is het probleem, maar de betekenis die je eraan geeft. 'Op een gegeven moment ga je niet meer sporten omdat je het leuk vindt, maar omdat je móét. Omdat je anders schuldgevoel krijgt of denkt dat je niet goed genoeg bent.'
Van intrinsieke naar extrinsieke motivatie
Volgens Jet begint vrijwel iedereen vanuit plezier. Je vindt een sport leuk, merkt dat je fitter wordt en haalt er energie uit. Psychologen noemen dat intrinsieke motivatie. Maar zodra prestaties, uiterlijk of waardering van anderen belangrijker worden dan het plezier zelf, verandert die motivatie.
'Dan luister je niet meer naar jezelf, maar naar allerlei negatieve gedachten. Bijvoorbeeld dat je vandaag echt tien kilometer moet hardlopen, anders voel je je schuldig.' Dat is volgens haar vaak het eerste waarschuwingssignaal.
Social media kan het probleem versterken
Daar komt social media nog bovenop. 'Als jij veel fitnesscontent kijkt, laat het algoritme alleen maar gespierde lichamen en extreme trainingen zien. Daardoor lijkt het alsof dat normaal is. Het bevestigt eigenlijk alleen maar de overtuiging dat je nóg harder moet trainen.'
Voor mensen die perfectionistisch zijn of graag controle houden, kan dat een gevaarlijke combinatie zijn.
De rol van controle
Juist controle speelt volgens Jet een grote rol. 'Sport geeft structuur. Dat is heel prettig. Maar zodra je het gevoel krijgt dat je móét trainen om je goed te voelen of controle te houden, neemt de sport je langzaam over.'
Dat herkende ze uiteindelijk ook bij zichzelf. Na een moeilijke periode stopte ze tijdelijk met hockey en ging ze in behandeling bij een psycholoog. 'Ik moest leren dat ik niet mijn prestaties bén. Ik ben ook gewoon goed als ik geen doelpunt maak of niet op het hoogste niveau speel.'
Prestaties zijn niet je identiteit
Tegenwoordig werkt Jet als psycholoog en trainer bij Stichting W(eet) wat je doet, waar ze coaches, ouders en sporters helpt signalen van een ongezonde sportrelatie te herkennen. Haar belangrijkste boodschap is simpel: 'Koppel je prestaties niet aan je identiteit. Zodra je denkt dat je alleen waardevol bent als je sterker bent, harder loopt of meer gewicht tilt, wordt sport al snel een obsessie.'
En misschien nog wel belangrijker: 'Zoek ook rolmodellen die laten zien hoe belangrijk herstel is. Hard trainen hoort erbij, maar goed herstellen net zo goed.'
Volg je Men's Health al op Google Discover?
Mis nooit meer een artikel over training, voeding of gezondheid in Google Discover. Volg Men's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.













