Van jongensdroom tot Ironman-finish: 13 jaar vallen en opstaan (deel 2)
© Getty Images

Afgelopen jaar heb ik ein-de-lijk de finish gehaald van de Ironman Barcelona. Het was een reis van 13 jaar vol fouten, obstakels en lessen. Een paar van die lessen ga ik de komende weken met je delen. Hopelijk helpen ze jou om je fitnessdoelen sneller te halen dan ik.
Ironman Regensburg zou niet doorgaan. En dat deed pijn. Nadat de scherpe randjes van de teleurstelling eraf waren en mijn lichaam weer wat rust had gehad, keek ik verder. Al die trainingen had ik niet voor niets gedaan.
De Ironman-droom stond nog steeds, maar ik moest mijn lichaam wel eerst de kans geven om bij te komen. Ik was immers ook nog maar 18 jaar, in de Ironman-wereld echt nog een jonkie. Daarom deed ik eerst een paar korte triathlon-wedstrijden. Gewoon om mezelf eens te testen tegen leeftijdsgenoten, ook leuk.
Vertrouwen in jezelf terugwinnen
De eerste triathlon deed ik in Didam: een sprinttriathlon over 750 m zwemmen, 20 km fietsen en 5 km hardlopen. Een achtste deel van de Ironman die ik in Regensburg wilde doen. Maar hé, beter dan niets.
De race ging super, ik voelde me weer sterk, m’n benen liepen weer als vanouds en ik werd winnaar in de juniorencategorie. Wat een kick: hup het podium op, een trotse vader langs de kant en een beker om te verzekeren dat ik deze race niet meer zou vergeten.
NK moet kunnen, toch?
Dit smaakte natuurlijk naar meer, dus bleef ik lokale wedstrijdjes doen. En die gingen zo goed dat ik nog grotere doelen stelde. Ik dacht: een NK moet kunnen toch? Ik heb immers al een paar wedstrijden gewonnen.
Nou, dit heb ik gevoeld. Het niveau lag hier veel hoger. Ik zwem sowieso als een baksteen. In lokale wedstrijden kon ik dat goedmaken met lopen en fietsen, maar hier kwam ik mezelf in het water keihard tegen.
Keiharde realitycheck
Na de start van de race zag ik de groep langzaam maar zeker bij me vandaan zwemmen. Met man en macht probeerde ik bij te blijven, maar de verzuring in m’n armen bevestigde dat dit tevergeefs was. Later werd ik zelfs door de juniorenvrouwen ingehaald, die vijf minuten na ons waren gestart.
Dat was geen best debuut op het hoogste nationale niveau. Mijn ego was gekrenkt op een manier die ik tot dan toe nog niet had ervaren. En dat deed – wederom – pijn. Maar zoals in het YouTube-filmpje waar ik vorige week over schreef (‘Niets dat het waard is om te hebben, komt gemakkelijk’) was deze pijn ook een leermeester.
Fit voor de buitenwereld, of echt vooruitgaan?
De pijn leerde me namelijk dat het tijd was voor een keuze: focussen op de lokale wedstrijdjes en elke week met een trotse blik een mooie beker aan vrienden en familie laten zien. Of de lokale wedstrijden overslaan, en me vaker inschrijven voor nationale. Wedstrijden die ik niet zou gaan winnen, maar waar ik wél gepusht (en bijna gedwongen) zou worden om mezelf te verbeteren.
De prijs die je betaalt
En deze keuze krijgen we allemaal op een moment voor onze kiezen: willen we goed lijken of willen we groeien. Een betere, sterkere versie van onszelf worden. Ga je voor het laatste, zul je je vaker dan je lief is een amateur voelen. Je zult je dom voelen, worden afgetroefd en falen. Maar af en toe moet je je ego aan de kant zetten – dat is de prijs van vooruitgang.
Met deze les sluit ik deel 2 van deze 3-delige serie af. Volgende week lees je over de voorbereiding voor Ironman Barcelona, het verloop van de wedstrijd en de les die deze race me leerde.




