Te veel van het goede: hoe essentieel is ‘perfecte techniek’?
Getty Images

Train jij altijd met perfecte techniek? Dat kost je misschien juist vooruitgang. Lees hier wanneer je het wel – of juist niet – wil gebruiken.
Disclaimer: perfecte vorm bestaat niet. Wat voor jou als perfect aanvoelt, zal voor iemand anders vreemd zijn. Techniek bestaat op een spectrum. En hoe jij je oefening uitvoert is geen stip, maar beweegt zich meer tussen twee punten op dat spectrum. Zo niet? Dan mag je wel wat minder streng zijn.
Train je wel hard genoeg?
Als je techniek altijd even perfect blijft, kun je je afvragen of je wel hard genoeg traint. Vooral in je laatste herhalingen, dicht bij spierfalen, mag je techniek best íéts afwijken van je standaard.
Af en toe even ‘vals spelen’ voor die laatste herhaling kan je ook door krachtplateaus heen helpen. Even je brein voor de gek houden en je sterker voordoen dan je bent. Als je bang bent om tot het gaat je te gaan, omdat je techniek dan iets afbreekt, dan houd je jezelf klein.
Niet perfectioneren, maar standaardiseren
Je techniek hoeft niet zozeer perfect te zijn. Je wil ‘m consistent hebben. Met name om steeds de doelspier te blijven prikkelen, en niet andere spiergroepen te laten helpen.
Ten tweede om je progressie meetbaar te maken. Als jij progressive overload ziet en in herhalingen of gewicht vooruitgaat, maar je techniek gaat steeds alle kanten op. Komt je vooruitgang dan door spiergroei, of door handigheidjes lichaamstaal.
Overigens mag je best een beetje ‘cheaten’ tijdens herhalingen, door momentum mee te pakken. Onderzoek toont aan dat dit spiergroei niet hindert ten opzichte van hele strikte herhalingen.
Standaardiseer je omgeving
Bij standaardiseren hoort niet alleen jouw techniek. Ook je omgeving moet consistent zijn. Denk bijvoorbeeld aan altijd dezelfde instellingen op de machines hanteren. Schrijf dit dan ook ergens op, in plaats van elke keer maar te gokken waar ‘ie ook alweer zat.
Creëer de marge
Als je techniek consistent is, kun je met jezelf afspreken hoever dit mag afwijken – in bijvoorbeeld die laatste paar herhalingen. Of wanneer je een zwaarder gewicht probeert dan vorige training.
Misschien sta je jezelf toe om je borst een klein beetje los te laten van het bankje tijdens een incline row, of mag bij de bench press je kont een klein stukje van het bankje loskomen. Zolang het minimaal en overzichtelijk blijft, is er marge.
Gebruik techniek voor progressive overload
Krijg je dit allemaal onder de knie, dan is je techniek zelfs een maatstaf voor progressive overload. Als jij de ene training 100 kg 8 keer kan – de laatste herhaling een beetje wiebelig.
De volgende training doe je weer 100 kg maal 8, nu gaat de laatste herhaling duidelijk meer binnen jouw techniekmarge. Dan zeggen de cijfers het niet, maar heb je toch vooruitgang geboekt.
Techniek blesseert je niet
Hoe perfect je een oefening uitvoert – binnen een vrij ruime marge – is niet waardoor je geblesseerd raakt. Je krijgt een blessure wanneer je iets doet waaraan je niet gewend bent. Verder past je lichaam zich uitstekend aan.
Als jij vanaf het begin een kleine foutmarge in je techniek hebt, en jezelf hiermee omhoog traint, is je lichaam hier veel weerbaarder tegen. Als je altijd perfecte techniek hanteert, dan ben je júíst kwetsbaar wanneer je toch iets afwijkt.
Dan lijkt de ‘afwijking’ het gevaar te zijn, maar in werkelijkheid was het jouw perfectionisme. Daarom kon je lichaam zich nooit aanpassen aan ietwat wiebelige herhalingen in het heetst van de strijd.
Meer van Men's Health? Volg ons ook op Facebook en Instagram.












