Surfen kan gewoon in Nederland: dit was mijn eerste ervaring
© Getty Images

Surfen is hot. En het kan gewoon in Nederland, al zou je dat misschien niet denken. Gelukkig mocht MH-redacteur Kevin het Surfana-kamp op Vlieland bezoeken om surfles te krijgen. Hoe ging het hem af?
De grootste teleurstelling komt niet door teleurstellende situaties, maar door onze verwachtingen daarvan. Als sportief kind ging alles me wel goed af. Op één ding na: skateboarden. Op een bewegende plank stond zowel mijn motoriek als sportieve identiteit direct op los zand.
Dat bracht mijn reisgenoot Lars en mij op het thema voor deze reis: geen verwachtingen. Genieten is namelijk geen resultaat, maar een keuze. En precies daartussenin vliegeren frustratie en vreugde aan het touwtje van de verwachting.
Golven zijn geen gegeven
Ik weet het. Nogal een omslachtige intro om te zeggen dat ik nog altijd niet kan surfen. Maar, de mindset is belangrijk wanneer je eraan denkt om eens een poging te wagen om wat golven te pakken. Surfen is namelijk niet alleen een sport. Het is onlosmakelijk verbonden met de mentaliteit, de cultuur.
Wie denkt een eiland te bezoeken, zich in een wetsuite te hijsen en lekker een middagje te gaan surfen, zoals een voetballer zijn bal neemt en het voetbalveld betreedt, wordt gemakkelijk overspoeld door teleurstelling. Jij bepaalt namelijk niet of je surft, dat doet de zee.
'Kunnen we het morgen alvast proberen?' Vragen we hoopvol aan de Surfana-begeleidster. We kwamen net na etenstijd aan en ’s avonds wordt het niet aangeraden om je eerste surfmeters te maken. Onze les is morgen pas om 16.00 uur, wat we een vreemde tijd vinden.
'Dat komt omdat de golven vanaf een uur of vier echt de moeite waard zijn. We zijn erg afhankelijk van de stand van het water.' Er wordt zelfs verteld over boze ouders die weleens verhaal komen halen: 'Hoezo kan mijn kind niet surfen, daarvoor komen we toch hier? Daarvoor betalen we toch?' Klopt, Karin, maar de surfer is overgeleverd aan de barmhartigheid van het water.
En daar, mijn surfer in spé, is je eerste kans om een surfer te zijn. Door niet te mogen surfen? Ja, inderdaad, dat zit zo: echte surfers – die wel golven pakken – krijgen soms te maken met een mui. Deze krachtige stroming trekt je dieper de zee op. Voor de illusie van controle zou een onervaren waterrat tegen de stroming inzwemmen: ‘ik moet hier iets aan veranderen’.
De surfer daarentegen, laat zich meevoeren. Je verzetten tegen water is zinloos. Dus, laat je meevoeren en peddel kalm zijwaarts. Daarin schuilt de eerste test van de toekomstige surfer. Als de zee je golven ontzegt, ga je je verzetten tegen het water? Tegen de stroming van het leven? Of laat je je meevoeren en beweeg je zijwaarts?
© Kevin van BuurenSamen met onze 'pre-surfles-leraars'.
De les: een surfer is zo goed als hij peddelt
Ondanks de acceptatie ontstaat er lichte paniek. Morgen om 16.00 uur pas les, zondag rond dezelfde tijd staan we alweer op de boot te wachten. Gaan we nog wel fatsoenlijk kunnen surfen dit weekend? Maar ach, ‘geen verwachtingen’, herhalen we onze mantra nog eens.
Eigenwijs gaan we zaterdagmiddag natuurlijk de zee in. Na het ontbijt willen twee medesurfers ons wel wat tips geven. Zij waren een dag eerder wel op tijd om nog een surfles mee te pakken.
Nog een kwartiertje lijkt de zee ons gunstig gestemd, maar een klein uurtje later staan we weer druipend op het kamp. 'De golven zijn niet zo goed rond deze tijd', concluderen we als ware experts. No shit, zegt de lachende blik van de begeleidster.
Enkele uren later krijgen we dan eindelijk les. In een cirkel hijgt de groep nog na van de tocht over een meters hoge duin – vooral op. Onze surfleraar is een echte dude. Warrig haar dat niet in de war zit. Een nonchalante baard die net niet onverzorgd oogt. Waarschijnlijk lacht hij zelfs nog zwoel wanneer hij opgeslokt wordt door een golf. Het zal wel bij de ervaring horen.
Een surfer heeft drie taken. Wachten op de golf, peddelen – het allerbelangrijkste volgens de leraar – en gaan staan – het allerbelangrijkste volgens mij. 'Een surfer is zo goed als dat hij peddelt', zegt surfleraar Stroomeo, niet zijn echte naam. Zie, als laatste woord zou ik daar dus ‘staat’ kiezen.
Goed. Het is belangrijk dat je in het verticale midden van de plank ligt, met je voeten nét van de achterkant af. Voeten dicht bij elkaar als een vin, voor je kanten opstuurt waar je niet heen wil. Je wacht op de golf en begint te paddelen: je handen zijn kuipjes.
Vanaf daar is het: handen onder je schouders en armen strekken, alsof je een pushup maakt maar alleen je bovenlijf omhoog komt. Eén been trek je op tot ‘ie op de plek staat van ‘de achterste voet’. Het nog liggende been stapt naar voren, precies tussen je handen in. Dat wordt de voorste voet. En dan sta je, knieën altijd gebogen.
Na een paar keer oefenen mogen we de zee in. De eerste paar golven laten we observerend voorbijgaan. Totdat er ineens een f*cking zeemeerman uit de golf opduikt. Het is Stroomeo, die schijnbaar zelf deels surfplank is. In ‘duikhouding’ laat hij zich feilloos door de golf meevoeren. Als iemand op hem zou staan, zou je niet eens zien dat diegene op een mens staat.
Mijn eerste poging gaat het allerbest. Ingeleid en gecoacht door leraar Stroomeo krijg ik vaart door de golf, handen, voet 1, voet 2 en ik sta! Afgerond naar boven zeker 2 seconden. Als dit zo doorgaat, ben ik straks al volleerd surfer.
Nog veel meer lessen
Mijn volgende pogingen zijn echter beduidend minder. Ik doorloop mijn stappen te snel, te traag; sta te ver naar achter, naar voor, of ik sta te rechtop. Wanneer ik denk ‘m wél te hebben, besluit de golf me te bespringen en RKO-stijl richting de bodem te bombarderen.
Daarbij mis ik het ‘skilift-effect’. Zelfs een goede surfer is maar 10 procent van de tijd aan het surfen. Een slechte surfer op z’n hoogst 1 procent. De rest is water ophoesten, peddelen, een golf afwachten, peddelen, balen van een hoger ingeschatte flutgolf, peddelen, vallen, afdrijven en peddelen. Wat moet het heerlijk zijn om na iedere poging weer teruggebracht te worden naar je startpunt: het ‘skilift-effect’.
Nog meer dan door golven, word ik overspoeld de gedachte: ik kap ermee. Maar, zonder verwachtingen kan iets ook niet slecht gaan. Dus ik blijf proberen. Enkele keren sta ik weer één seconde – afgerond naar boven. Mensen om me heen zijn blij, Stroomeo is blij, waarom ik dan niet?
Ik vind het jammer dat het me niet zo goed afging als gehoopt. Maar ben vooral blij dat ik het bleef proberen. En, surfen lukt je het kleine te waarderen: iedere seconde staan is een feestje waard. En als je ’s avonds laat in de duinen mag dwalen terwijl je de zon in de zee ziet zakken, dan is alles goed.
© Kevin van BuurenZonsondergang in de duinen.
De volgende ochtend maken we het helemaal echt. De late middag redden we niet in verband met de boot terug naar het vaste land. Dus is de enige optie om nog te surfen: zo vroeg mogelijk. Om 7 uur ’s ochtends liggen we in de zee. Het gevoel: onbeschrijflijk. Het surfen ging overigens niet veel beter.
Ik denk dat dat het ‘jammere’ is van leren surfen. Je leert door meters te maken, maar je maakt weinig meters doordat je steeds weer terug de zee in banjert, peddelt, valt. Maar, zoals gezegd: het is niet alleen de sport, ook de mentaliteit bestudeer je. En ook dat is een avontuur vol leermomenten. Want wie wordt ondergedompeld in water, zal herboren worden.
Zo werd mijn praktische surfles evengoed een cursus ‘neem het leven (en de zee) zoals het je gegeven wordt’, een training ‘sta vaker op dan je valt’ en een opleiding ‘niet meer verwachten dan waar je tevreden mee kan zijn’. Kan ik al surfen? Absoluut niet. Ben ik een surfer? Waarschijnlijk ook niet, maar in dat moment kun je je wél zo voelen. Ook als je niet staand over golven beweegt.
Meer van Men's Health? Volg ons ook op Facebook, Instagram en TikTok.









