Gebaseerd op meer dan miljoen resultaten

De exacte tijden om een sub-60 Hyrox te lopen (volgens miljoenen resultaten)

Praat mee!
Redacteur Men's Health

Getty Images

Getty Images

Een sub-60 uur lopen in Hyrox doubles klinkt voor veel duo's als een droom. Volgens een analyse van meer dan een miljoen HYROX-resultaten is het lopen van een sub-60 Hyrox allesbehalve willekeurig: er zit een heel duidelijke pacing-structuur achter.

Wie onder de 60 minuten wil duiken, moet niet alleen hard kunnen lopen, maar vooral extreem consistent zijn tussen de runs, stations én in de roxzone. Eén zwakke schakel en je bent die sub-60 meteen kwijt.

De richtlijnen die horen bij een Hyrox doubles onder het uur

Dit zijn de gemiddelde tijden en paces die je met je doubles-partner moet neerzetten voor een sub-60.

Run & roxzone: 37:30 (pace 4:19 minuten per kilometer)

De basis van een sub-60 HYROX ligt bij het lopen. Gemiddeld gaat bijna 60% van de race hieraan op.

Voor een sub-60 moet je rekenen op ongeveer 4:19 per kilometer inclusief de tijd die je spendeert in de roxzone. Dat betekent dat je niet alleen steady moet lopen, maar ook efficiënt en snel moet wisselen tussen stations.

SkiErg: 3:57 (1:46 minuten per 500 meter)

De SkiErg is vaak de eerste echte test. Voor een sub-60 moet je hier rond de 1:46 per 500 meter zitten. Een pittig tempo, maar niet onhaalbaar.

Belangrijker nog: niet te hard starten. Bij de SkiErg loop je snel het risico op verval, wanneer je te veel energie verspilt in de eerste minuten.

Sled Push: 1:37 (0:21 seconden per 12,5 meter)

De sled push is een pure kracht-uithoudingsproef. Sub-60 atleten zitten rond de 0:21 per 12,5 meter. Het verschil wordt hier vaak niet gemaakt door de enorme snelheid, maar door de kracht om vervolgens weer keihard te gaan tijdens het hardlopen.

Sled Pull: 2:43 (0:37 seconden per 12,5 meter)

De sled pull is technisch ingewikkelder dan de push en vraagt meer grip en controle. Voor een sub-60 ligt de richtlijn rond 0:37 per 12,5 meter. Efficiënt werken en slim je wisselmomenten kiezen is hier cruciaal.

Burpee Broad Jumps: 2:26 (0:26 seconden per 20 meter)

Hier begint de vermoeidheid meestal zichtbaar te worden.

Sub-60 pacing betekent ongeveer 0:26 per 20 meter. Het verschil zit in ritme: geen grote pauzes, maar een constante, beheerste cadans. Bespreek van te voren hoe je dit onderdeel gaat verdelen met je partner.

Row: 4:07 (1:56 per 500 meter)

De roeier is vaak het punt waar je tijdens de dubbels even wat rust kunt pakken. Maar niet als je aan het werk bent.

Voor sub-60 moet je rond de 1:56 per 500 meter zitten, dat is flink doorroeien. Belangrijk is vooral dat je hier niet over je grens gaat, want de benen komen direct daarna weer terug in het spel.

Farmers Carry: 1:25 (0:18 seconden per 50 meter)

Kort maar intens.

De richtlijn ligt op 0:18 per 50 meter. Dit onderdeel lijkt simpel, maar grip en houding bepalen hier hoeveel energie je meeneemt naar de volgende run.

Sandbag Lunges: 2:44 (0:30 seconden per 20 meter)

Dit is waar veel sub-60 pogingen stilvallen. Benen lopen vol en de laatste run komt met een hoop verval.

Je moet rekenen op 0:30 per 20 mete om de sub-60 droom in leven te houden. Alles draait hier om houding en efficiëntie: niet versnellen, maar constant blijven bewegen.

Wall Balls: 3:41 (0:41 seconden per 20 reps)

De laatste test.

Voor sub-60 ligt de pacing rond 0:41 per 20 reps. Het verschil tussen wel of niet onder het uur gaan zit hier vaak in het aantal onderbrekingen. Hier bepaal je of jij dit keer net boven of net onder die 60 minuten finisht.

De realiteit achter een sub-60 Hyrox doubles

Natuurlijk verschilt het per race. Sommige teams verliezen tijd op transitions maar lopen sneller, anderen zijn juist extreem sterk op stations maar iets minder snel op de runs.

Wie deze paces kan benaderen zonder te imploderen in de tweede helft, zit in de buurt van die felbegeerde sub-60.

Volg Men's Health ook op Facebook en Instagram.