Back to the old-school

Hoe old-school bodybuilders vollere buikspieren opbouwden – Iets voor jou?

©Unsplash

©Unsplash

Het fysiek van bodybuilders uit het begin van de 20e eeuw zien er duidelijk anders uit dan de latere, meer ‘gesneden’ lichamen met een V-vorm. Zet pionier Eugen Sandow uit de bronstijd naast icoon Steve Reeves uit de zilveren periode en het verschil springt meteen in het oog.

Waar het moderne fysiek draait om een smalle taille en brede rugspieren, hadden vroege krachtsporters vaak een vollere, blokvormige romp – vergelijkbaar met wat je vandaag de dag bij CrossFit-atleten ziet.

Dat idee wint ook online aan populariteit, onder andere door een recente YouTube-video van creator NattyLife. De verschillen komen vooral voort uit hoe men trainde en welke middelen er beschikbaar waren.

Zwaar en ongebruikelijk trainen

Training in de zogenoemde bronstijd was simpel vergeleken met nu.

Met niet veel meer dan barbells, dumbbells en kettlebells vertrouwden sporters op zware, vaak onconventionele oefeningen om sterker te worden – denk aan eenarmige deadlifts, bent presses en andere ‘ongemakkelijke’ lifts. 

Deze oefeningen deden een groot beroep op de romp. De core werd aangesproken in allerlei functies: buigen en strekken, maar ook het tegenwerken daarvan, draaien en het stabiliseren tegen rotatie en zijwaartse bewegingen.

De romp moest continu stabiliseren onder belasting vanuit verschillende hoeken. Op de lange termijn kan dat zorgen voor een dikkere, sterkere en robuustere core.

Geen machines, meer belasting voor het hele lichaam

Machines maken het makkelijker om specifieke spiergroepen te isoleren en de rest van het lichaam minder mee te laten doen – maar die luxe hadden vroege krachtsporters niet. 

Zonder machines, racks of zelfs eenvoudige bankjes vereisten de meeste oefeningen volledige lichaamscoördinatie. Rugtraining betekende bijvoorbeeld dat je het gewicht met je hele lichaam moest ondersteunen en verplaatsen, waardoor de belasting op de core automatisch toenam.

De verschuiving in het ideaalbeeld

Naarmate bodybuilding zich ontwikkelde, veranderde ook het schoonheidsideaal. Een bredere bovenkant en een smallere taille werden de norm, aangewakkerd door poses, jurycriteria en de opkomst van geavanceerdere fitnessapparatuur. 

Oefeningen zoals pull-ups en lat pulldowns maakten het mogelijk om meer breedte in het bovenlichaam te creëren zonder dezelfde belasting op de core. Tegelijkertijd gingen trainingsmethodes zich meer richten op het beperken van taille-groei, door gerichter spieren te trainen.

Andere training, ander lichaam

De dikkere rompen van bodybuilders uit de beginperiode waren niet per se ‘beter ontwikkeld’, maar het gevolg van andere trainingsprikkels. 

Waar moderne schema’s vaak spiergroepen isoleren, draaide trainen vroeger om het lichaam als geheel laten samenwerken. De les is simpel: je fysiek weerspiegelt je training. Verander hoe je traint, en je lichaam past zich daarop aan.


Dit artikel is een vertaling van Men's Health UK.

Volg Men's Health ook op Facebook en Instagram. 

Video

Old-school bodybuilding: waarom hun core dikker werd