Olympiër Roy Meyer: "Ik wil een goede en betrokken vader zijn voor mijn zoons"
© Stef Nagel / Men's Health NL

Roy Meyer (33) is niet alleen fysiek een geboren vechter. Zijn turbulente jeugd liet ‘een permanente halfopen wond’ in zijn hart na. Net hersteld van een ingrijpende knieblessure, dwingt zijn recente relatiebreuk hem om zijn rol als mens, man en vader te herzien.
Wat een energie en aanwezigheid had jij tijdens de shoot.
‘Ja vind je? Dank je wel. Daar nodigden jullie ook toe uit: de setting was leuk, jullie team creatief en open. Iedereen had er zin in, ik kreeg de ruimte om lekker mezelf te zijn en een beetje gek te doen met mijn twee jongens onder mijn arm. Met zo’n sfeer gaat mijn brein ook gelijk van: yes, we gaan vette dingen doen. Dan zit ik er helemaal in.’
Maar je bent ook wel een beetje een showpony.
‘Zeker – ik perform graag. Als ik ergens ben, zoek ik de interactie met mensen op, ik wil mensen in beweging brengen. Wanneer anderen die interactie ook waarderen vind ik dat fantastisch. Soms merk ik dat ik te sterk aanwezig kan zijn en dat mensen daar geen behoefte aan hebben, dan laat ik die energie wegsimmeren. Zie ik dat mensen het juist leuk vinden, dan ga ik vol op het gas. Dus moment dat er foto- en filmcamera’s op me gericht zijn – zoals bij Boxing Influencers – roept dat echt iets in me op. Ik krijg een adrenaline- en dopaminerush die maakt dat ik voor mijn gevoel de betere versie van mezelf kan zijn.’
Ik was al heel jong heel sterk - ik ben nog net niet met een sixpack geboren
Ga je dan leuk doen, of vind je die aandacht gewoon fijn?
‘Ik denk dat het de aandacht is. Dat had ik als kind al. Ik was al heel jong heel sterk, met stevige armen en benen – ik ben nog net niet met een sixpack geboren. Als mensen zeiden: kijk, dit is Roy en hij is loeisterk, dan was dat mijn cue om mijn ‘trucje’ weer te laten zien en tilde ik als 9-jarige een volwassene als een baby’tje op. Met mijn moeder speelde ik thuis altijd ‘stiertje’: de voorhoofden tegen elkaar en kijken wie er het sterkst is. Dat deed ik zo fanatiek en hard dat mijn moeder het al gauw niet meer leuk vond. Ik was een heel fysiek kind. Mijn grote benen en brute kracht heb ik van mijn Nederlandse moeder, mijn atletische bouw en aanleg van mijn Antiliaanse vader.’
Je bent, kortom, geboren om te vechten?
‘Ik denk het. Mijn lichaam is echt een krachtlichaam: met sterke benen en billen, wat breder in de heupen. Ik ben ook niet superlang, daardoor kan ik mijn massa en kracht via mijn onderlichaam goed uit de grond halen. Dat maakt dat ik een goede krachtsporter ben. In vecht- en krachtsport kan ik mijn explosiviteit kwijt.’
Hoe ging dat dan op school, moest je met iedereen matten?
‘Ik was een zachtaardig en vrolijk kind, niet per se op zoek naar problemen. De problemen vonden mij... Ik had altijd veel energie, waardoor ik moeilijk kon stilzitten. Ik wilde graag contact maken met anderen, maar wist niet goed hoe ik dat verbaal op een positieve manier kon doen. Dus deed ik dat maar fysiek. Omdat het thuis niet altijd even lekker ging – er waren financiële problemen, mijn ouders maakten vaak ruzie – voelde ik me vanbinnen nooit heel fijn. De combinatie van die drie factoren – problemen thuis, heel veel energie hebben en niet weten wat je daarmee moet doen, en je verbaal niet goed kunnen uiten – maakten dat mijn omgeving me vaak verkeerd begreep. Ik werd ‘dat probleemkind’. Als je al vroeg zo’n identiteit opgeplakt krijgt, ga je je er op den duur ook naar gedragen.
Op scholen ging het vaak mis: ik ging van de ene naar de andere school en belandde uiteindelijk in het speciaal onderwijs. Thuis ging het al niet veel beter. Tot mijn ouders op een dag het advies kregen dat ik op een sport moest gaan, zodat ik daarin mijn energie kwijt zou kunnen. Ik ging op voetbal, maar had nul balgevoel. In judo vond ik uiteindelijk mijn ding.’
Dat kun je wel zeggen, je schopte het tot olympisch judoka.
‘Mijn allereerste judoles kan ik me nog zo goed herinneren. Mijn ouders hadden me verteld dat ik op judo met kinderen mocht gaan vechten. Bloednerveus stond ik in een hoekje in de kleedkamer. De leraar – Wim Cobben uit Breda, een zestiger – kwam binnenlopen en zag mij. Hij liep op me af, tilde me bij kop en kont de lucht in, en zei met barse stem: ‘Zo, jij moet die nieuwe jongen zijn. Ik was van plan om met pensioen te gaan, maar nu ik zo’n stevig exemplaar in handen heb, ga ik toch eens kijken of hier nog iets van te maken valt.’ Hij plantte me weer op de grond, en vanaf zijn eerste les was ik in staat om langer dan een uur naar iemand te luisteren, me te concentreren en alles wat gezegd werd in me op te nemen – iets wat me op school tot dusver niet was gelukt.
Via judo ervoer ik voor het eerste hoe het was om positieve aandacht van mijn omgeving te krijgen
Judo en ik waren een match made in heaven. Ik was in no time een van de betere jongetjes van de club. Ik ging wedstrijdjes doen en won af en toe een prijsje. Ik werd tweede van de club, ik werd kampioen. Zo is het begonnen. Via judo ervoer ik voor de eerste keer hoe het was om positieve aandacht van mijn omgeving te krijgen.’
Kortom: een belangrijk keerpunt in je leven?
‘Zeker. Al was mijn thuissituatie nog steeds allesbehalve stabiel en heel moeilijk – mijn vader had losse handjes, waardoor ik als kind geen veilige thuissituatie had. Ik zat met veel frustratie, verdriet en onverwerkte emoties. Daardoor was mijn energie niet in balans, ondanks dat ik rust vond in judo. Ik werd ouder, en vanuit een behoefte aan aandacht en gezien worden ging ik met ‘foute’ vriendjes om. Dingen escaleerden – van kattenkwaad op de lagere school tot erger in mijn tienerjaren, richting de grens van vandalisme en jeugddelinquentie toch wel.
Mijn gedrag op school en thuis werd op een gegeven moment dusdanig onhandelbaar, dat ik vanaf mijn tiende tot mijn zeventiende internaten in en uit ging. Ik vertoonde een aantal symptomen die op ADHD wezen, maar men vond me nog te jong voor een diagnose. Ik weet nog dat ik op een dag tussen een stel vuilniszakken met daarin mijn kleren op de achterbank van mijn vaders auto werd gezet. Mijn moeder huilde en zei dat ik een tijdje uit huis moest. Ik werd achtergelaten in een leefgroep voor jongeren in een internaat. Dat vond ik moeilijk, en vooral heel eenzaam.
’s Nachts was ik vaak bang door de schaduwen van takken die langs de ramen zwiepten. Ik miste mijn moeder en huilde mezelf alleen op een kamertje in slaap. Niemand om me te troosten. Ik durfde de nachtbegeleiders niet te storen, want dan werden ze chagrijnig. Ik voelde me hopeloos verloren. Die tijd was superheftig, en als volwassene voel ik daar tot op de dag van vandaag de sporen van. Het is nog een halfopen wond in mijn hart.’
tekst gaat door onder foto
© © Stef Nagel / Men's Health NLHoe ga je daarmee om?
‘In die periode leerde ik er naar beste vermogen naar leven en mee leven. Je blijft altijd hoopvol dat het goedkomt, dat er ergens heling plaats kan vinden – ik geloof ook dat dat mogelijk is. Later als volwassene kun je op twee manieren omgaan met zulke wonden of trauma’s uit je jeugd: je gaat door en probeert het zo snel mogelijk littekens te laten worden. Het probleem van littekens is alleen – als je het even doorvertaalt naar het fysieke – dat littekenweefsel niet meer buigbaar is. Het veert niet meer mee, je mist een stukje flexibiliteit in je geest en je emoties. Dat maakt dat je minder van het leven kunt genieten, en er als mens minder kunt zijn voor je dierbaren.
Daarom heb ik altijd voor de tweede manier gekozen: die wonden open laten. Ik strooi er bij wijze van spreken nog even zout in, in de hoop dat ik op een dag de rust kan vinden om mijn wonden te laten genezen. En natuurlijk heb ik hier en daar zeker ook littekenweefsel – want ik heb door alles wat ik heb meegemaakt ook een bepaalde hardheid in mijn persoonlijkheid ontwikkeld.’
Is dat de hardheid die je gebruikt in je judo en bijvoorbeeld in de ring tijdens Boxing Influencers? Daar zien we een heel andere Roy dan die hier zit.
‘Die extreme contrasten heb ik in me – ik bén één groot levend contrast. Enerzijds heb ik de behoefte om liefde te voelen en te geven aan mezelf en de mensen om me heen, te delen en te inspireren, maar er is ook dat stuk van de weerbare Roy die er voor zijn gevoel altijd alleen voor heeft gestaan en die zich niet meer terug laat stoppen in het hoekje waar hij vroeger als onmachtig kind in is geduwd. Tijdens zo’n gevecht als bij Boxing Influencers tap ik in op die emoties uit mijn jeugd. Dan haal ik die wond bewust weer open om er kracht en agressie uit te kunnen putten.
Daarna zak ik dan weer terug naar de Roy van nu, die grote vriendelijke, nette en welbespraakte reus. Ik heb een heel lichte kant, maar ook zeker een schaduwzijde. Soms denk ik dat ik het wel fijn zou vinden als die extremen in mij minder groot zouden zijn, dan zou ik stabieler door het leven kunnen gaan.’
Afgezien van een pittige jeugd, heb je ook een behoorlijk pittige twee jaar achter de rug.
‘Eind september 2023 had ik mijn Europese kampioenschappen judo, het jaar voor de Olympische Spelen. Een belangrijk jaar voor mij om me te kwalificeren voor waarschijnlijk mijn laatste Spelen. Ik stond onder enorm veel druk en zat niet goed in mijn energie. Tijdens het EK ging er van alles mis. Tot overmaat van ramp liep ik voor de eerste keer in mijn hele judocarrière een ernstige blessure op: mijn volledige kruisband scheurde af, en dat betekende het onherroepelijke einde van de Olympische Spelen voor mij. Ik ging onder het mes.
Drie weken na de operatie werd ik ineens wakker met een aanhoudende helse pijn in mijn nek, ik kon niets anders meer dan huilen van de pijn. Ook had ik ernstige ademhalingsklachten. Uiteindelijk bleek het te gaan om neuralgische amyotrofie, een auto-immuunaandoening/ spierziekte die topsporters vaak treft vanwege een overactief immuunsysteem en die getriggerd wordt door stress of het gevolg is van een operatie.
© © Stef Nagel / Men's Health NLIn de drie maanden voordat de diagnose was gesteld, had ik zo veel pijn dat ik niet meer kon of durfde te trainen. Toch bleef ik eten als een topsporter: 5000 calorieën per dag. Deels ook uit frustratie, verdriet en verveling. Binnen de kortste keren kwam ik kilo’s aan, ik herkende mezelf gewoon niet meer terug.’
Hoe heb je jezelf weer op de rit gekregen?
‘Van de neuralgische amyotrofie ben ik inmiddels gelukkig weer goed hersteld, maar het was een lang proces. Ik heb met alles millimeter voor millimeter hulp nodig gehad: uit bed komen, douchen, naar het toilet gaan. Dat was heel heftig, ook voor mijn gezin en omgeving. Om mezelf fysiek weer in shape te krijgen, moest ik nieuwe doelen stellen. Naar jullie cover toe trainen heeft me daarbij enorm geholpen, het was de spreekwoordelijke stok achter de deur die ik zo hard nodig had.’
Fysiek ben je er weer bovenop, en voor ons Daddy Issue ging je met je zoontjes Micah (8) en Joël (6) op de foto. Toen bereikte ons het nieuws van je relatiebreuk.
‘Ook als gezin hebben we het door alles heel zwaar gehad. Mijn relatie heeft het niet gered. Het is nog vers allemaal, dus ik wil er niet te veel over kwijt. We zijn veertien jaar samen geweest en hebben veel mooie momenten meegemaakt. Maar we hebben ook onze worstelingen en struggles gehad. We kwamen op een punt dat we moeilijkheden in onze relatie hadden, ook met betrekking tot wat we van elkaar wilden en verwachtten. Dat liep niet meer gelijk op. In de afgelopen maanden zijn we meerdere keren uit elkaar gegaan, maar probeerden we toch steeds om weer samen te komen. Het ging niet meer, we werden allebei steeds ongelukkiger. Ook de jongens merkten het.
Het is moeilijk en verdrietig, maar uit elkaar gaan was voor mij de enige keuze die ik kon maken. We gaan nu ieder onze eigen weg zoeken. Mijn streven is om de kinderen als co-ouders op te voeden. Ik wil een goede en betrokken vader zijn voor mijn zoons. Dat kan ik niet als ik niet voor mezelf op zoek ga naar bepaalde antwoorden. Vanuit mijn jeugd realiseer ik me dat ik nooit een goed idee heb gehad van wat liefde is, of wat het zou moeten zijn. Daarin heb ik een achterstand en moet ik mezelf nu gaan ontdekken. Ik loop er nu ook keihard tegenaan dat ik eigenlijk al heel lang therapie nodig heb, maar daar al die tijd niet aan heb gewild en ervoor weg ben gelopen.
Wanneer je issues uit het verleden niet aanpakt, betalen je huidige relaties daar de rekening voor
De onverwerkte dingen uit mijn jeugd zijn van invloed op wie ik ben als persoon en sijpelen door in al mijn relaties. Aan mijn drang om altijd te willen en moeten presteren van mezelf en de beste te zijn, ligt denk ik de fundamentele angst ten grondslag om niet goed genoeg te zijn, en de overtuiging dat ik het ergens ook niet waard ben om liefde te ontvangen. Daar moet ik nu mee aan de slag. Ik realiseer me ook dat ik de afgelopen jaren te veel in een egoïstische bubbel van topsport en bekend zijn heb geleefd, en me daarin heb verscholen en verloren. Daarmee heb ik mijn partner en mijn gezin tekort gedaan. Ik wil en moet mijn leven nu anders gaan inrichten. Voor mezelf, maar vooral ook voor mijn kinderen.
Voor het eerst in mijn leven ga ik proberen om volledig op eigen kracht te staan, los van de dingen die me in mijn jeugd gevormd hebben. Wanneer je onderliggende issues uit het verleden niet aanpakt, betalen je huidige relaties en de mensen die je het meest liefhebt daar de rekening voor. En die is hoog.’









