Arrival fallacy: 'Als ik dit doel bereik, ben ik pas écht gelukkig'
Tom Cornelissen

Tim Koning (37) is sportpsycholoog. Hij begeleidde meer dan 250 topsporters, is auteur van twee boeken en vader van drie jongens. In deze column deelt hij zijn inzichten over een gezonde geest.
Eindelijk de teugels even laten vieren
De Winterspelen komen er weer aan. We kijken reikhalzend uit naar de medailles en het juichen van de atleten. Uiteraard bepaalt het resultaat hoe groot die euforie is. Maar vaak zie je na zo’n piekmoment bij veel sporters iets anders gebeuren: de structuur verdwijnt, de teugels gaan los en de vrijheid lijkt groter dan ooit. Je blijft te laat op, scrollt eindeloos, eet waar je zin in hebt. Je voelt: nu is het tijd voor mij.
Of je nu terugkijkt op een geslaagd toernooi of een teleurstelling, die ontlading is begrijpelijk. Je hebt hard gewerkt en veel moeten laten. Deze post-event state of mind is geen zwakte, het is een normaal samenspel van lichaam, geest en omgeving. De vraag is: wat vertelt het je en hoe ga je ermee om zonder in de leegte te vallen?
What goes up...
In de aanloop naar een toernooi draait alles op hoge versnelling. Je systeem is alert, cortisol en dopamine schieten omhoog. Direct erna vallen al die prikkels weg en voel je pas hoe moe je bent. Veel atleten zeggen: ‘Ik voel even niets, het is vlak, ik voel me leeg.’ Je brein gaat op zoek naar nieuwe prikkels, naar controle, naar iets wat je weer activeert.
Herkenbaar, ook buiten sport: zodra de vakantie begint, word je ziek. Of je komt thuis, ploft op de bank om een serie te kijken en pakt alsnog je mobiel erbij. We hebben geleerd dat we constant allerlei prikkels nodig hebben. De arrival fallacy, het idee dat je na het bereiken van een groot doel voor even gelukkiger bent, bestaat echt. Maar soms voel je juist een dip. Vooral als je identiteit sterk leunt op prestaties: ik ben wat ik presteer.
Landen, leren en laden
In de praktijk zie ik vaak twee extreme reacties: alles loslaten (laat opblijven, scrollen, eten zonder rem) of meteen door- rennen naar het volgende doel. Beide zijn begrijpelijk, beide beschermen een fragiel zelfbeeld. Maar geen van beide geeft je zelfvertrouwen of helpt je écht herstellen.
Wat wél werkt? Plan je decompressie net zo precies als je opbouw. Eerst landen: slaap, daglicht, wandelen, schermtijd beperken. Geen evaluaties, geen grote beslissingen. Dan leren. Eén rustig debriefmoment met tijd en ruimte voor trots en vragen als: wat werkte in mijn proces, en wat leer ik hiervan? Je mag één ding aanpassen voor de volgende keer. Daarna laden. Kies één waarde voor de komende weken, zoals lef, liefde of verbinding. Koppel daar kleine rituelen aan. Zo voorkom je dat vrijheid verdwalen wordt en doorbuffelen je opbrandt.
De piek is geen einde, maar een hoofdstukwissel. Landen, leren en laden: zo blijf je mens, geen machine. Klaar voor het nieuwe seizoen, niet omdat het moet, maar omdat je weer wilt en kunt. Dat noem ik duurzaam presteren van binnenuit.
Deze column verscheen als eerst in Men's Health-magazine. Alle Men's Health-content als eerste lezen? Sluit een abonnement af.
Meer van Men's Health? Volg ons ook op Facebook en Instagram.












