Artsen waarschuwen voor populaire bloedtesten: ‘Meer meten is niet altijd beter’
Pexels

Biomarkerbedrijven beloven dat je met een paar druppels bloed precies kunt zien hoe gezond je bent, en hoe lang je dat blijft. Cardioloog Christopher Kelly en internist Keith W. Roach bekijken kritisch wat dit soort tests écht opleveren.
De biomarkermarkt groeit explosief. Wereldwijd gaan er inmiddels tientallen miljarden in om. Grote wellnessbedrijven beloven dat je met honderden bloedwaarden tegelijk inzicht krijgt in je gezondheid en levensduur. Sommige diensten combineren die data met AI en experts die de uitslagen interpreteren. De belofte klinkt verleidelijk: hoe meer je meet, hoe beter je grip. Maar klopt dat wel?
Een biomarker is eenvoudig gezegd een meetbare biologische waarde die iets zegt over je gezondheid. Denk aan LDL-cholesterol of PSA. ‘Eigenlijk kan elke bloedtest als biomarker worden gezien’, zegt Roach. ‘Het concept is dus niet nieuw. Wél nieuw is dat mensen tegenwoordig bereid zijn honderden euro’s te betalen voor uitgebreide pakketten.’
Basis eerst
Volgens Kelly en Roach komt de interesse deels voort uit frustratie. Bij een standaard doktersbezoek blijft het vaak bij een gesprek, een stethoscoop en een paar tests. ‘Mensen willen dieper graven, meer inzicht, meer controle’, zegt Kelly. Maar volgens hem zitten we eerder op het hoogtepunt van de hype dan in een gouden tijdperk. ‘Deze bedrijven geloven: meer is altijd beter’, zegt hij. In de praktijk worden ook waarden gemeten waarvan niet duidelijk is wat ze betekenen of hoe je erop moet reageren. Sommige markers veranderen nauwelijks of liggen genetisch vast, waardoor herhaald meten weinig toevoegt.
'Voor gezonde mensen zijn een paar basischecks vaak al voldoende'
Voor gezonde mensen zijn een paar basischecks vaak voldoende: stofwisseling, nieren en lever, bloedcellen, cholesterol en gemiddelde bloedsuiker. Extra waarden kunnen soms iets toevoegen als ze iets zeggen over hart- en vaatziekten of ontstekingen. Maar uitgebreide testpakketten leveren zelden nieuwe inzichten op.
Het fout-positief gevaar
Hoe meer je meet, hoe groter de kans op afwijkende uitslagen. Statistisch gezien krijgt iemand met twintig biomarkers bijna altijd wel één ‘abnormale’ waarde. Bij honderd tests wordt dat bijna vanzelfsprekend. ‘Eén afwijkende waarde is geen reden om in paniek te raken’, zegt Roach. Een lichte stijging van leverenzymen kan bijvoorbeeld onschuldig zijn, creatinegebruik kan creatinine licht verhogen zonder dat er iets mis is met je nieren, en een laag testosteron zonder klachten zegt niet automatisch iets. Context is cruciaal: een arts die je medische geschiedenis kent, kan beter inschatten wat relevant is en wat niet.
Bloed is niet alles
Bloedwaarden vertellen niet het hele verhaal. Je kunt roken, weinig bewegen en overgewicht hebben, maar toch keurige biomarkers. Kelly: ‘Sorry, maar dan ben je gewoon niet gezond.’ Omgekeerd kan iemand perfecte bloedwaarden hebben en toch ziek worden. Biomarkers zijn geen garantie voor gezondheid.
Toch kunnen uitgebreide testen nuttig zijn als ze samen worden gebruikt met een medische beoordeling van klachten en risico’s. Zomaar alles testen in de hoop iets bruikbaars te vinden, levert zelden duidelijkheid op. Een doordachte aanpak werkt beter dan een data-tsunami.
Data met plan
Meer grip op je eigen cijfers kan positief zijn. Kelly moedigt zijn patiënten aan betrokken te blijven. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor de commerciële kant: veel biomarkerbedrijven bestaan vooral om geld te verdienen. Een arts heeft geen extra verdienmodel en bekijkt je gezondheid objectiever.
Voor mannen die zelden naar de dokter gaan, kan een biomarkerdienst beter zijn dan niets. Mogelijk ontdek je diabetes of hoog cholesterol. Maar het risico op misleidende uitslagen blijft. En minstens zo belangrijk: wat doe je met de resultaten? AI kan redelijke adviezen geven over bijvoorbeeld cholesterol. Toch is een arts beter in staat een realistisch plan te maken dat past bij jouw situatie en medische geschiedenis.
Roach benadrukt: het gaat niet om zo veel mogelijk data, maar om een plan dat je daadwerkelijk kunt volgen. En ben je gezond en wil je dat zo houden? Dan zijn grote biomarkerpakketten vaak niet nodig. Regelmatige controles bij een arts en gerichte tests volstaan meestal. Uiteindelijk draait gezondheid vooral om leefstijl: gezond eten, bewegen, stress managen. En ja, een beetje geluk met je genen helpt ook. Roach grapt: ‘De juiste ouders kiezen.’
Dit artikel verscheen als eerst in Men's Health Magazine. Alle Men's Health-content als eerste lezen? Sluit een abonnement af.
Volg je Men's Health al op Google Discover?
Mis nooit meer een artikel over training, voeding of gezondheid in Google Discover. Volg Men's Health via deze link en klik op 'Volgen op Google'.















