Bouw een ijzersterke core met de L-zit
Kweek spieren zonder gewichten.
© Getty Images - RUSS ROHDE

Turnen is niet voor iedereen weggelegd. Het vergt een unieke combinatie van controle, flexibiliteit, durf en kracht. Voordat je overgaat tot de driedubbele flikflak is het dan ook verstandig wat lager in te zetten, zoals bijvoorbeeld de L-zit. Deze oefening ziet er tof uit, is geweldig voor het opbouwen van kracht en stabiliteit, en bovenal: haalbaar.
Maar hoe vaak zie je iemand in de gym de Epke Zonderland uithangen? Niet vaak. De meeste mannen hangen liever aan de gewichten, dan in de ringen. Toch is het het tarten van de zwaartekracht extreem goed voor je balans, flexibiliteit én spieropbouw. En het is weer eens wat anders dan dumbbells.
Het begin van de L-zit
Niemand kan zomaar fietsen. Niemand kan ook zomaar de L-zit. Oefening baart kunst zeggen ze wel eens, en de L-zit is kunst in zijn puurste vorm. Om een beginnetje te maken hebben we eerst een simpelere variant van de L-zit voor je: de individuele beenlift.
Voordat je met twee benen de lucht in gaat, probeer je afwisselend elk been individueel omhoog te brengen. Gaat 't van z'n leien dakje? Dan wordt het tijd om progressie te maken met een korte parallelle beenlift. Strek beide benen voor een paar seconden, en kijk hoe dat gaat. Als het goed aanvoelt, kun je de strektijd van je benen uitbreiden.
Pas op voor een slechte vorm
Gun jezelf tijdens het oefenen voldoende hersteltijd. De oefening is een aanslag op je buikspieren en het laatste wat je wilt is te ver buiten je krachtniveau gaan, en zo een slechte vorm riskeren. Het begin is de basis van een correcte vorm, start daarom met een zuivere L: liever kort, dan krampachtig.
Om een slechte vorm te voorkomen is het aan te raden vooraf te rekken. Stretch je heupen, gooi je schouders los en warm je triceps op. Probeer de L-zit, als je 'm eenmaal onder controle hebt, maximaal 30 seconden in perfecte vorm uit te voeren. Neem dan rust, en waag nog een poging.
Drie tips voor de beginnende L-zitters
- Laat je romp niet 'hangen'. Druk je armen actief naar beneden in de parallellen (die rekjes) om een sterke positie van het bovenlichaam te behouden, met je schouders naar beneden en vergrendeld.
- Span je buikspieren en lats aan om je romp zo recht mogelijk te houden, waarbij je lichaam een rechte lijn vormt van schouders tot heupen.
- Focus op je buikspieren om je benen omhoog te trekken. Beweeg langzaam, gecontroleerd en vermijd kantelen.




