Van (andermans) fouten leert men.

10 jaar fitness: 10 fouten die jij nu niet maakt (deel 1 van 2)

© Getty Images

10 jaar fitness: 10 fouten die jij nu niet maakt (deel 1 van 2)

Ik ben al ruim 10 jaar bezig met fitness, voeding en gezondheid. Had ik verder kunnen zijn? Ja. Want ik deed alles minstens één keer fout. Nu behoed ik jou van dezelfde fouten. In deel 1: voornamelijk voeding.

Ik was altijd een jongen met veel overgewicht. Toen ik als late tiener bijna 105 kg op de weegschaal zag staan, schrok ik me dood. Ik besloot alles anders te gaan doen. Geen idee hoe, maar het moest veranderen. Dus werd ik het afgelopen decennium mijn eigen proefkonijn. Dit zijn 10 fouten en lessen die ik liever in een Men’s Health artikel had gelezen.

1.        Sporten om af te vallen

Ik moest natuurlijk afvallen. En sporten was daar het middel toe, dacht ik. Voetballen deed ik al – twee trainen plus de wedstrijd in het weekend. Daarbij sportte ik nog zeker 6 keer. Als ik een keer geen 90 minuten speelde in mijn voetbalwedstrijd, stond ik daarna thuis nog een workout te doen. Niet genoeg sporten betekende: weer dikker worden.

Trainde ik om sterker te worden? Nee. Dat werd ik wel als toevallig bijproduct, maar ik deed HIIT-trainingen tot al mijn vet – dacht ik – in een plas voor me op de grond lag. Uiteindelijk viel ik zo’n 25 kg af. Na enkele jaren kreeg ik een soort sport-burn-out, kon niks meer opbrengen en het gewicht vloog er weer aan.

De les: sport om je lichaam sterker te maken, eet goed om af te vallen. Meer en meer trainen is een aanslag op je lijf. Dat gaat niet samen met een hevig calorietekort.

2.        Lichaam als eigenwaarde

Dik zijn maakt je onzeker. Dus werd mijn lichaam hét symbool voor mijn eigenwaarde. Terwijl – meestal – dik zijn je ook karakter geeft. Je bent minder oppervlakkig, denk ik. Dus geeft om mensen, luistert, leert enigszins grappig te zijn. Er was niks mis met mij, maar zelfs nu ik afgetraind was, stond iedere gram vet op mijn lijf symbool voor mijn gebreken.

Zonder in detail te treden, had ik gewoon veel te verwerken. Een verleden vol onzekerheid, privésituaties, opgekropte tranen. ‘Sporten is mijn therapie’, vertelde ik mezelf en anderen. Nee, het was ontsnapping. En zolang ik mijn problemen niet bespreekbaar maakte, ging sporten mij ook niet redden.

Les: sporten maak je sterker; je voelt je beter. Maar het helpt niet met rouw, verwerken van trauma’s en het opvullen van een leegte diep in jezelf. Sport, maar praat vooral!  

3.        Blindstaren op eiwitten

Ik wist niet veel, maar wel dat ik eiwitten moest eten als een malle – ergens gelezen. Vetten en koolhydraten vermeed ik, voor zover dat kon. Dus was het enige dat ik tegenover mezelf kon verantwoorden: magere kwark, kipfilet, 2 stuks fruit en het avondeten van moeders – die overigens meeging in welke rage ik haar voorschotelde, zoals koolhydraatarm koken.

Hier pluk ik pas recent de vruchten van, maar koolhydraten zijn dé brandstof voor je trainingen. Moet je nagaan als je ook nog eens veel te veel traint. Daarbij zijn vetten goed voor je hormoonhuishouding – ook best handig als je opbouwende bent uit een depressieve episode. Bovendien: na 1,62 gram eiwitten houden de voordelen ervan voor spiermassa kweken wel een beetje op, terwijl ik dacht: meer is beter.  

De les: alle macronutriënten zijn belangrijk voor hoe je eruitziet en presteert – mentaal en fysiek. Micronutriënten zijn belangrijk voor hoe je je voelt. Eet compleet, niet door één aspect heilig te verklaren.

4.        Op zoek naar het wonderdieet

Positieve noot: ik vond experimenteren en mijn horizon verbreden erg leuk. Ook met diëten. Ik at koolhydraatarm, keto, carnivoor, vegan, noem maar op. Alleen, niet met het idee om ‘iets nieuws te proberen’. Maar in een wanhopige zoektocht naar de wonderformule om mij te laten afvallen terwijl ik bleef trainen.

Uiteindelijk heb ik die wonderformule gevonden – ja, hij is er: BALANS. Eet genoeg eiwitten, genoeg koolhydraten, genoeg vetten, genoeg groenten, vlees, fruit. En geniet gewoon van dingen die je lekker vindt, met mate – zoals pizza, friet, witte Monster en chocola.

De les: de meeste “diëten” missen belangrijke voedingsstoffen – of zelfs gehele groepen. Ze werken in eerste instantie omdat dit een calorietekort (!) oplevert. Op lange termijn? Balans is altijd de sleutel tot succes.

5.        Arm door supplementen

In de zoektocht naar een wonderformule hoort natuurlijk een scala aan supplementen. Pre-workouts, BCAA’s, creatine, eiwitpoeder, middeltjes voor meer “pomp”, fat-burners. Jij noemt het, ik nam het. Ik probeerde zelfs een inmiddels illegale pre-workout met DMAA – zusterstof van MDMA. Na twee uur legday kon ik nog door; de rest van de dag was ik stervende.

Hier zijn de enige supplementen die je nodig hebt. Creatine: het beste spul ooit, nog meer voor algehele gezondheid dan voor krachttraining. Whey: perfecte aanvulling bij volwaardige voeding – dat nog steeds de voorkeur heeft. Cafeïne: voor energie, je brein en trainingen. En nee, dat hoeft niet in de vorm van achterlijk dure pre-workouts. Dit kun je nog aanvullen met vezels en multi-vitaminen, maar dat is het.

De les: de marketing is áltijd beter dan het product. Blijf kritisch en houd het bij de essentials. Focus je op goede voeding en kwaliteitstraining, dan heb je geen dure supplementen nodig.

Lees hier deel 2 van deze serie.

Meer van Men's Health? Volg ons ook op Facebook en Instagram.