Inrijden

Wij adviseren om, voordat je je penis gaat gebruiken, even de tijd te nemen om vertrouwd te raken met de plek en de functie van alle onderdelen en bedieningselementen. In principe heeft de penis drie hoofdfuncties:

 

 

1. Het sturen van de urinestraal
De penis bevat een nauwe slang, de plasbuis, die is aangesloten op de blaas. Zodra de urinehoeveelheid de maximum opslagcapaciteit van de blaas benadert, krijg jij aandrang om even een pitstop te maken. Daarbij loopt een urinestroom door de plasbuis naar de top van de penis om vervolgens, als we de meeste vrouwen moeten geloven, voor een groot deel op de wc-vloer te belanden.
De spieren die bij dit proces betrokken zijn, zijn de bekkenbodemspieren. Dit zijn de spieren die je voelt spannen als je de urinestroom wilt onderbreken of jezelf van die laatste paar drupjes bevrijdt (deze spieren spelen ook een ondersteunende rol bij het orgasme).

2. Stijfheid
De penis moet stijf genoeg worden om een vagina te kunnen binnendringen. Je penis is over bijna de hele lengte uitgerust met drie sponsachtige zwellichamen. In geval van opwinding vullen die zich met bloed, totdat hij fier overeind staat. Als de opwinding is vervlogen, al dan niet na een ejaculatie, stroomt het bloed weer weg uit de penis en wordt hij weer slap. Gewoonlijk is een hersteltijd nodig alvorens een volgende erectie kan worden bereikt. Die varieert van enkele minuten tot een hele dag (afhankelijk van het bouwjaar van de penis in kwestie).
Ongeveer de helft van de penis ligt in het lichaam, zelfs als er sprake is van een erectie. De penis is bevestigd aan de onderkant van het bekken voor extra steun.

3. Lozen
Het deponeren van zaad in de vagina tijdens de ejaculatie: spermacellen worden gemaakt in de testikels, die twee kogellagers onder je schakelpook. Vervolgens gaan ze naar de aan de testikel bevestigde bijbal om verder te rijpen.
Als het tijd is om naar een hogere seksversnelling over te schakelen, gaan de spermacellen allemaal tegelijk aan de wandel. Eerst worden ze vermengd met vloeistof uit de prostaat en de naburige klieren. Het mengsel dat zo ontstaat wordt verzameld in een opslagtankje dat opzwelt zodat de blaas afsluit en het sperma niet in contact kan komen met urine. Tenslotte wordt de zaadvloeistof uit de plasbuis gestuwd door een serie spiersamentrekkingen van de bekkenbodem.