Druk
... zachtjes op haar vagina
Als vrouwen masturberen, rust hun pols meestal op hun onderbuik. Wil je het vingeren overnemen, ga dan achter haar zitten of laat haar op je schoot zitten. Daardoor komt je hand probleemloos in de positie die zij is gewend. En wees nou niet zo zuinig door het met één vinger te doen. 'Je kunt gerust beginnen met een vinger, maar het is prettiger om daarna twee of zelfs meer vingers te gebruiken', stelt seksuoloog Leusink.
'Maak eerst je vingers vochtig voordat je haar schaamlippen lichtjes spreidt.
Net als de tepels, kunnen ook de schaamlippen in het begin voor haar wat pijnlijk aanvoelen. Als je het geduld kunt opbrengen is het erg leuk om haar een beetje te teasen. Je hoeft dus niet krampachtig je aandacht alleen maar op de clitoris te richten. Draai er letterlijk en figuurlijk wat om heen. Maak er sowieso geen missie van om haar per se manueel te bevredigen. Ze komt zoals het komt. Zo zijn vrouwen. Merk je aan haar reactie - in beeld en geluid - dat ze het wel lekker vindt, bedenk dan dat het verwennen van een vrouw niet hetzelfde is als het scrollwiel van je muis bedienen. Beweeg je vingers dus niet alleen op en neer en speel een beetje met de (werk)druk.
'De binnenkant is zeker in het begin erg gevoelig. Ga niet meteen met je vingers naar binnen. Zorg eerst dat ze vochtig genoeg is. Dan is een centimeter of vijf naar binnen gaan meestal al ver genoeg. Daar zit namelijk aan de binnenkant van de schede de befaamde G-plek. Merkwaardig genoeg hebben niet alle vrouwen een G-spot. Hoe dat komt is nog niet bekend', weet Peter Leusink.
'Als je naar binnen gaat, stoot dan niet direct door. Bekijk je penis voor de afwisseling eens als een elfde vinger. Je kunt er veel meer mee doen dan "alleen maar pompen".' Het eerste deel van de schede, ongeveer eenderde, is het gevoeligst. De tweederde die daar achter ligt is veel ruimer en minder gevoelig. Pak hem vast - of beter, laat haar 'm vasthouden - en het is een perfect instrument om mee te strelen. Ga zo ver naar binnen als de hand het toestaat en beweeg heel rustig op en neer. Of een cirkelende beweging. Dat heeft vaak meer effect dan meteen te proberen hoe diep je kunt gaan.










