Schaatstips van Peter de Vries
Een paar rondjes op een kunstijsbaan, dat is voor de meesten geen probleem. Maar hoe pak je het aan als je een toertocht van pakweg 200 kilometer wilt voltooien? 7 tips om op het zware natuurijs goed beslagen ten ijs te komen. Over zoute bouillon, blaren na 80 km en bolletjesplastic voor het kruis.
Peter de Vries
Geboortedatum 6 oktober 1967
Beroep
schaatser
Lengte 1.94 meter
Gewicht 90 kg
Beste prestatie in 1996 en 1998 winnaar van de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Won in 2004 de Nederlandse titel op natuurijs, eveneens op de Weissensee
Training
‘Eén schaatstraining per week moet voldoende zijn om een 200 kilometertocht te voltooien. Voorwaarde is dan wel dat je in de zomer een goede basisconditie hebt opgebouwd. Houd je duurconditie ook op peil met fietsen, ik zou de weken voor de toertocht een paar keer een afstand van pakweg 150 kilometer fietsen en deze steeds een beetje langer maken. Weet je direct of je die uren aankunt.’
Verzorging
‘Zelf
ben ik niet echt een type van de smeerseltjes, al zou ik een toerschaatser wel
willen aanraden om een beetje startolie te gebruiken, zeker als ze geen goede
warming-up doen. Verder moeten ze niet vergeten om hun lippen, oorlellen en neus
in te smeren met wat uierzalf. Dat voorkomt een hoop narigheid.’
Voeding
‘Zelf neem ik eigenlijk alleen maar vloeibare voeding in die kant-en-klare pakjes. Enorm geconcentreerd. Er zit slechts tweetiende liter in, maar het staat wel gelijk aan een energiewaarde van vijf stukken bruin brood. In totaal neem ik dat acht keer: voor het slapen gaan, na het ontbijt, vlak voor de wedstrijd en vijf tijdens de koers. Het is weliswaar drab, maar ik weet wel: ik krijg geen honger.’
Kleding
‘Velen onderschatten het, maar minstens zo belangrijk is het warmhouden van de edele delen. Toen het in Finland ooit min twintig was, had ik wel vijf lagen voor mijn kruis. Niet alleen een speciaal slipje met winddicht laagje, maar ook nog eens een lange onderbroek, wat bolletjesplastic, een onderpak en mijn schaatspak.’
Materiaal
‘Wil je de tocht alleen maar uitrijden, dan adviseer ik de kluunschaats, vergelijkbaar met die oude Friese doorlopers. Die hoge ijzers bieden het meeste comfort. Wil je echter een goede tijd neerzetten, dan ontkom je niet aan de klapschaats. Alleen, het is wel noodzaak om daarmee een paar keer te oefenen, ook omdat de timing van de afzet nogal verschilt met die van de vaste schaats.’
Techniek
‘Het
is belangrijk dat je niet al te diep gaat zitten. Op kunstijs kan dat wel, maar
op natuurijs houd je dat nooit lang vol. Je belast daarmee alleen maar je rug,
met als gevolg dat je al na 70 kilometer op bent. Ook moet je je techniek
aanpassen, zeker als het slecht ijs is. Om valpartijen te voorkomen, moet je dan
rechter vooruit schaatsen en kortere slagen maken.’
Mentaal
‘Ook
al zit ik nog zo kapot, ik zal nooit afstappen. Of ik moet materiaalpech hebben
of zo hard zijn gevallen dat ik echt niet verder kan. Dus gewoon doorgaan, want
je krijgt echt spijt wanneer je bent afgestapt. Als je je voorbereidingen hebt
gedaan en je blijft goed eten en drinken, moet het ook gewoon lukken. Ook blaren
zijn voor mij geen reden om te stoppen. Je hebt er misschien een paar weken last
van, maar je hebt de tocht maar mooi
uitgereden.’










