Schaatstips van Henk Angenent
Henk
Angenent
Geboortedatum 1 november 1967
Beroep
veehouder/schaatser
Lengte 1.84 meter
Gewicht 82
kg
Beste prestatie winnaar van de Friese Elfstedentocht in 1997. Won tevens in 2004 de Alternatieve Elf-stedentocht op de Weissensee
Training
‘Meestal start ik in mei met de voorbereiding op het nieuwe seizoen. Ik houd me dan vooral bezig met fietsen en skeeleren. Half september pak ik dan voor het eerst mijn schaatsen en ben ik gemiddeld zes uur per week op het ijs te vinden. Tijdens het seizoen bouw ik dat af naar vier uur. Om de conditie op peil te houden zit ik dan wel vaker op de fiets.’
Verzorging
‘Ik laat me twee keer in de week aan mijn rug en benen masseren. Dat is echt noodzakelijk, ander word ik heel stijf. Verder gebruik ik veel middeltjes, zoals vet en spierontspanners voor in bad. Ook scheer ik wekelijks mijn benen. Dat doe ik niet omdat ik daardoor harder kan schaatsen, maar omdat het prettiger is tijdens het masseren.’
Voeding
‘In de aanloop van een koers eet ik pasta, tijdens een wedstrijd puddingbroodjes, krentenbollen en energierepen. Daarnaast drink ik ongeveer drie liter. Niet puur water, want daarvan moet je vaak plassen, maar sportdrank. Nee, ik slik niks. Ook geen creatine, zoals sprinters dat wel doen. Voor een duursporter zoals ik heeft dat geen zin. Ik hoef geen spiermassa te kweken.’
Kleding
‘Het ligt eraan hoe koud het is, maar meestal draag ik twee lagen: goede onderkleding en een schaatspak. Wat ik nooit zal aandoen is katoen of fleece. Nadeel daarvan is dat het nauwelijks opdroogt als het nat is geworden, met als gevolg dat je zo ziek wordt. Verder is een overschoen aan te raden. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je tenen bevriezen.’
Materiaal
‘Zelf schaats ik al jaren op de klapschaats, maar dat zou ik een recreant niet willen adviseren. Als ik hem was, zou ik eerder lage noren aantrekken. Je gaat weliswaar wat minder hard, maar het zit wel lekkerder om je enkel en je valt minder snel.’
Techniek
‘Schaatsen op natuurijs is heel wat anders dan op kunstijs. Je moet bijvoorbeeld niet alleen oppassen voor scheuren, maar ook nog eens harder werken. Het is daarom heel belangrijk dat je ontspannen blijft glijden. Een 200 kilometertocht schaats je namelijk nooit uit op kracht. Dat lukt nooit.’
Mentaal
‘Tussen de 120 en 150 kilometer voel ik vaak de eerste pijntjes. Om over dat
punt heen te komen, probeer ik me even te ontspannen. Praat ik wat of maak ik
wat grapjes. Meestal gaat het dan wel weer. Zelf ben ik in ieder geval nog nooit
afgestapt, al kan ik me voorstellen dat een recreant dat wel doet, zeker als hij
na pakweg tachtig kilometer onder de blaren zit. Dan is verstandiger om te
stoppen, want voordat je het weet heb je daar drie maanden last van.’










