Tril je sterk
Slechts drie minuten per dag op de trilplaat en hopla: meer spieren, minder vet en nog een enorme gezondheidswinst ook. Althans, dat beloven de fabrikanten. En tienduizenden enthousiaste sporters geloven het. Maar wat zegt de wetenschap ervan?
Het basisprincipe van de trilplaat - die onder diverse merken op de markt wordt gebracht - is, dat door middel van trillingen energie worden overgedragen op het lichaam. Door een hoge trilfrequentie (dertig tot zestig maal per seconde) zouden vooral de zogenoemde snelle, witte spiervezels zich snel en vaak moeten aanspannen. Dat is interessant, want normale krachttraining draait om het sterker en dikker maken van die snelle, witte spiervezels. Op de trilplaat gebeurt dat volgens de fabrikanten zo effectief, dat een gemiddelde trilsessie voor het hele lichaam niet langer dan drie tot vijf minuten hoeft te duren. Eén zo’n ‘vibratie workout’ staat gelijk aan tien gewone krachttrainingen, zo vertelt topatletiekcoach Henk Kraayenhof op de website van fabrikant NEMES. Bij een concurrent, de Galileo 2000, beweert men dat een trilworkout van enkele minuten zelfs vergeleken kan worden met 1800 sprongen per minuut. En dat alles zonder dat banden en pezen het zwaar te verduren krijgen zoals bij echte sprongen. Op de website van Power Plate wordt gerept van ‘een spectaculaire toename van explosieve kracht’ en ‘een verhoogde hormonale uitstoot.’
Claims onder de loep
Wie twijfelt aan de ongelofelijke effecten van de trilplaat, wordt door de fabrikanten in glimmende brochures en op fraaie websites verwezen naar een indrukwekkende waslijst van wetenschappelijke publicaties. Zelfs de Nederlandse Sport Federatie (NSF) en het Nederlands Olympisch Comité (NOC) raakten eind jaren negentig onder de indruk. De organisaties waren vooral geïnteresseerd in de mogelijkheden van whole body vibration voor de topsport. Daarom vroegen zij prof. dr. Peter Hollander, gerenommeerd bewegingswetenschapper en krachttrainingdeskundige aan de Vrije Universiteit van Amsterdam, om te kijken of de studies waarop de fabrikanten zich beroepen serieus te nemen zijn. Hollander ‘dook in de boeken’ en kwam in 1999 met een vernietigend rapport. Simpel gezegd concludeerde hij dat van een gerichte training van spieren geen sprake was. Ook vond hij geen onderzoeksgegevens die onomwonden stelden dat vibratietraining een prestatieverhogend effect had. Overbodig te zeggen dat Hollander uiterst sceptisch staat tegenover de claims van de trilplaatfabrikanten.
Wat is er volgens u mis met de wetenschappelijke onderzoeken waar de fabrikanten van de trilplaten naar verwijzen?
Hollander: ‘Laat ik allereerst zeggen, dat de claims die gedaan worden op de websites van de fabrikanten, van meer spiermassa, hogere vetverbranding en dergelijke, tot zelfs medisch nut bij ernstige spierziekten toe, door geen enkele van die onderzoeken wordt onderbouwd. Met name de belofte ernstig zieke mensen te kunnen helpen stoort mij enorm.’
‘De krachttoename die in studies is gemeten, betreft vaak het zogenoemde ‘acute effect’: een soort opwarmingseffect van vibratie waardoor je meteen na de trilsessie heel even iets sterker bent. Maar dat effect verdwijnt weer even snel, dus van een structurele verbetering is geen sprake. Daarom heb ik die studies in mijn onderzoek buiten beschouwing gelaten.Verder wordt in verschillend onderzoek de situatie van een willekeurige spiercontractie – zeg maar een diepe kniebuiging of een sprong – vergeleken met de reflexmatige, opgewekte spiercontractie door vibratie. Die twee zaken zijn echter niet goed vergelijkbaar, want bij daadwerkelijk springen worden pezen en banden belast en gebeuren er in het lichaam nog een hoop andere dingen dan bij een door vibratie opgewekte spierreflex alleen. Ook die studies heb ik buiten beschouwing gelaten.’
‘Ik heb alleen gekeken naar onderzoek waarbij vibratie wordt toegepast tijdens het uitvoeren van willekeurige spiercontracties. Het ging me verder met name om de structurele effecten van vibratie op de ontwikkeling van spierkracht. Dan blijven er zo’n beetje twee onderzoekers over, de Italiaan Bosco en de Israeliër Issurin. Uitgerekend twee wetenschappers die commerciële banden hebben met verschillende fabrikanten van trilplaten…’
U twijfelt aan de objectiviteit van de onderzoekers?
‘Het feit dat je als wetenschappelijk onderzoeker tegelijkertijd betrokken bent bij een leverancier, is in de wetenschap natuurlijk altijd een probleem. Daarbij komt dat Bosco een meetmethode heeft gebruikt die volgens veel wetenschappers onbetrouwbaar is. Verder zijn er kleine resultaten die werden gemeten, opgeblazen.’
Maar die studies zijn toch gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften?
‘Over de status van wetenschappelijke tijdschriften kun je twisten. Waar het om gaat is, dat gepubliceerd onderzoek peer reviewed is. Dat wil zeggen, dat ook andere deskundigen kijken naar de opzet en conclusies van onderzoek. En er worden natuurlijk hele ladingen onderzoek afgeschoten. Alleen onderzoeken die onder dit soort wetenschappelijke kritiek overeind blijven, hebben enige substantie.’
Volgens strenge criteria zijn veel onderzoeken waar de trilplaatfabrikanten naar verwijzen, dus onder de maat. Op veel websites wordt echter ook gezwaaid met ‘hoogwaardig’ Fins onderzoek. Hierbij hadden proefpersonen na vier maanden vibratietraining een toename in explosieve kracht van 8,5 procent.
‘Dat is één onderzoek waarbij een klein succesje is geboekt, temidden van allerlei weinig indrukwekkende onderzoeken. Op basis daarvan kun je geen positief advies geven.’
Kortom, professor Hollander is geenszins onder de indruk van de studies die hij onder de loep heeft genomen. Daarom aviseerde hij NOC*NSF om het effect van whole body vibration zelf te laten onderzoeken. Daarop schakelde de organisatie dr. Jo de Ruiter in: behalve een gerenommeerd wetenschapper zelf een tienkamper die zeer goed op de hoogte is van krachttraining.
De Ruiter besloot te onderzoeken of elf weken whole body vibration-training zou leiden tot een verbetering van de spiersamentrekkingeigenschappen van de bovenbenen en de maximale spronghoogte. Tien proefpersonen trainden drie keer per week met behulp van whole body vibration. Per training stonden zij oplopend vijf tot acht maal gedurende één minuut met een kniehoek van 110 graden op een Galileo 2000 trilplaat. Tien controlepersonen volgden hetzelfde programma maar stonden in dezelfde houding naast de trilplaat. Voorafgaand aan, tijdens en na afloop van de trainingsperiode werd in totaal zeven keer gemeten. Er werd getest op maximale spronghoogte en de spiercontractie-eigenschappen van de spieren werden gemeten in een speciaal ontworpen stoel. Het resultaat was in beide gevallen negatief. Of anders gezegd: het toegevoegde effect van de trilplaat was nul komma nul.
Kritiek over en weer
De negatieve onderzoeksresultaten van dr. Jo de Ruiter - eind vorig jaar in het tijdschrift Geneeskunde & Sport - kwamen hard aan bij de trilplaatfabrikanten. De kosten van een trilplaat bedragen gemiddeld tienduizend euro, dus ook de fitnesscentra die flink geïnvesteerd hadden in de trilplaat waren niet blij met het onderzoek.
Is twee groepen van tien proefpersonen niet wat weinig om harde conclusies te trekken?
De Ruiter: ‘Twee groepen van tien is inderdaad rijkelijk weinig. Maar daar hebben we bij het interpreteren van de resultaten natuurlijk rekening mee gehouden. Er was bovendien zelfs geen -tendens dat de trilplaten effect hadden. Al hadden we de test bij honderd proefpersonen gedaan, dan zou het nog geen verschil hebben gemaakt.’
Er zijn verschillende trilplaten die allemaal net iets anders werken. Uw onderzoek is op één type tril-plaat gedaan. Dat zegt toch nog niets over de effecten van de andere trilplaten?
‘De producenten vinden natuurlijk allemaal hun eigen apparaat en methode uniek en het beste, maar het werkingsprincipe van vibratietraining is hetzelfde.’
U zou tijdens uw onderzoek geen gebruik hebben gemaakt van ‘progressieve belasting’, waarbij de oefeningen steeds iets zwaarder worden.
‘We hebben wel degelijk progressief belast door het aantal sets te verhogen van vijf in het begin tot acht aan het einde van de trainingsperiode.’
Uw proefpersonen zouden geen resultaat hebben bereikt omdat zij geen krachttrainingsapparatuur hebben gebruikt op de trilplaat.
‘Daar hebben wij heel bewust voor gekozen. We wilden puur het effect meten van de vibratie. Als je daar een zekere vorm van krachttraining aan toevoegt, weet je niet meer wat je meet: het resultaat van de reguliere training of van de trilling.
Dat is ook de kritiek op eerder onderzoek waar de fabrikanten naar verwijzen. Ons advies voor mensen die iets willen doen voor hun conditie of spierkracht is dan ook simpel: ga gewoon sporten.’
Tril je vet weg?
Op alle websites van de trilplaatfabrikanten wordt een verhoogde vetverbranding beloofd. ‘Stimulering van de stofwisseling’ heet het op de website van NEMES, de trilplaat waar topatletiekcoach Henk Kraayenhof zich sterk voor maakt. Op de vraag welk onderzoek nu precies verwijst naar die verhoogde vetverbranding, zegt Kraayenhof: ‘Er is geen enkel onderzoek dat melding maakt van een verhoogde vetverbranding. Ik heb zelf een onderzoekje gedaan bij zestig dames verdeeld in vier groepen.
Een controlegroep die niks deed, een groep die alleen vibratietraining deed, een groep die een combinatie deed van aerobics en vibratietraining, en een groep die alleen aerobics deed. De uitkomst was, dat de vibratiegroep de enige groep was die na drie weken resultaat had. Bij huidplooimetingen bleek dat er vier procent minder vet was en dat de omvang van het lichaam op de gemeten plaatsen met één procent was toegenomen. Met andere woorden, er moet wel iets van vet zijn afgebouwd en spier opgebouwd, anders is die verandering van lichaamssamenstelling niet te verklaren. Ik geef toe dat dit maar een enkel en niet eens een echt wetenschappelijk onderzoek is, maar ik ben een man van de praktijk. Ik heb helemaal geen drang me wetenschappelijk te bewijzen.’












