Beachvolley. Sla je strak
Het strand is de perfecte omgeving om aan je fysiek te werken, om er vervolgens - bescheiden - mee te pronken en natuurlijk om plezier te maken met de andere sekse. Sla nu deze drie vliegen in één klap met een partijtje beachvolley.
Volleybal was steevast een van de saaiste lessen in de muffe gymzaal van je middelbare school. Stomvervelend, dat constante wisselen van speelposities en gekibbel om een bal met die gozer naast of voor je. En als je dan een keer een moeilijke bal wist terug te spelen, werd je beloond met grote schaafwonden op je ellebogen of knieën.
Beachvolley is anders. Je staat lekker buiten in het zand, er is dus weinig kans op schaafwonden of enkelblessures. Bij elke rally heb je balcontact, je bent continu bezig met serveren, set-uppen, blokken en passen. Vaste posities in het veld zijn er niet. En het mooie, zeggen de kenners, is het mentale aspect van het spel. Want hoe beter je je tegenstanders leert kennen, des te beter kun je inspelen op hun sterke en zwakke kanten. Een soort snelschaken voor doeners, zeg maar.
Zin gekregen? Hier zijn de belangrijkste regels:
- Het net hangt bij de mannen op 2.43 meter en bij de vrouwen op 2.24 meter hoogte. Bij gemengde wedstrijden is dat 2.35 meter hoog.
- Theoretisch mag de bal met alle lichaamsdelen worden gespeeld. Dus ook met je voeten, je hoofd of alle andere onderdelen waarmee je het voor elkaar krijgt.
- Elk team verdedigt een veld van 8 bij 8 meter.
- Een wedstrijd is afgelopen als een team twee sets heeft gewonnen. De eerste twee sets gaan tot minimaal 21 punten, de derde set gaat tot minimaal vijftien punten.
- Een set is pas gewonnen als het minimum aantal punten bereikt is, met een verschil van minstens twee punten.
- Een team mag de bal drie keer raken, voordat hij in het veld van de tegenstanders belandt.
- Na iedere gescoorde zeven punten wordt van speelveld gewisseld.
- De bal mag geserveerd worden van achter de hele achterlijn, er is slechts één opslagpoging.
- Het is verboden een geserveerde bal bovenhands aan te nemen.
- Elk team kan punten maken, of het nu wel of niet de opslag heeft. Bij iedere rally wordt dus door één van de teams een punt gescoord.
De uitrusting
De bal die wordt gebruikt bij beachvolley is een maatje groter dan een binnenbal. Hij is ook wat zachter omdat hij minder hard wordt opgepompt. En hij is steevast wat feller van kleur. Topspelers nemen altijd een aantal ballen mee, zodat ze niet de hele tijd achter die ene bal aan hoeven gaan.
In de handel zijn ook setjes te koop waarmee je zelf een speelveld op het strand kunt uitzetten, met daarin een net, stangen, haringen en linten om het veld te markeren. Je koopt deze setjes vanaf ongeveer 80 euro, en je kunt er in no time een prachtig speelveldje mee opzetten.
Wil je liever een veldje in de achtertuin? Als je 240 m2 tot je beschikking hebt zou je er aan kunnen beginnen. Een speelveld is 16 bij 8 meter groot, met daaromheen een uitloop van 2 meter. Om dit hele veld met zand te bedekken (een laag van 40 centimeter is ideaal) heb je ongeveer 150 ton kwartszand nodig. Dat kost je, afhankelijk van waar je woont, rond de 2.000 euro, exclusief de vervoerskosten, de kiezellaag voor de ondergrond en het vlies waar je mee begint om je graslaag te beschermen. Voor een beetje professioneel strandveld in je tuin, ben je al gauw zo’n 10.000 euro kwijt. Maar als je veel zelf kunt doen, ben je uiteraard goedkoper uit.
Techniek 1: Blokkering
Wie hoog kan springen, is in het voordeel. Want als verdediger mag je je handen over het net steken, boven het veld van de tegenstander dus. Daarmee kun je je tegenstander flink beperken in het gebied dat hij kan bereiken.
1.
Een meter voor het net gaan staan, de ene voet voor de andere. Je handen heb je geheven, zodat je ze niet in het net kunt verstrikken.
2.
Trek de achterste voet bij naast de voorste terwijl je iets door je knieën buigt en spring dan krachtig omhoog.
3.
Steek meteen je armen over het net. Houd je vingers gespreid en aangespannen. Probeer nu om de bal van de tegenstander te ‘overvleugelen’, zodat hij wel tegen je hand móet slaan en de bal in zijn speelveld valt.
Techniek 2: Frontale aanval
Als je het gevaarlijkste aanvalswapen uit het volleybal beheerst, heb je de overwinning al bijna op zak.
1
Neem een aanloopje naar de plek waar je de bal gaat retourneren.
2
Eindig je aanloop met een grote rechterpas, waarbij je je armen achterwaarts zwaait.
3
Maak een aansluitpas met je linkerbeen en breng je armen naar voren (ben je linkshandig, dan andersom).
4
Spring recht omhoog, en breng je slagarm en -elleboog naar achteren. Wijs met de hand van je andere arm naar de bal.
5
Op het hoogste punt sla je met je hele hand tegen de bal. Zwaai door, land op twee voeten en maak je klaar voor de volgende bal.
Techniek 3: Pass
Als de bal over het net komt, mag je hem niet bovenhands aannemen. Dan heb je dus de (onderhandse) pass nodig. Omdat een bal zelden recht op je afkomt, leggen we de techniek bij een pass van een bal naast het lichaam uit, in dit geval aan de rechterkant.
1
Zet je voeten op schouderbreedte naast elkaar, bovenlichaam iets naar voren gebogen en houd je armen uit elkaar. Nooit met je armen tegen elkaar naar de bal toe bewegen; dat beperkt je bewegingsvrijheid.
2
De armen zijn los en zoeken de bal op. Breng je schouders omhoog in de richting van je oren en beweeg de linkerschouder naar beneden en de rechter omhoog.
3
Nu pas breng je de onderarmen bij elkaar. Bal een vuist met één hand en omsluit die met je andere hand. Speel de bal met je onderarmen, in de buurt van je polsen.
Techniek 4: Set-up
Als de bal over het net komt, wordt hij aangenomen met een onderhandse slag. De tweede slag van een team is meestal deze set-up. Het doel is de bal in zo’n positie te brengen dat je teamgenoot een perfecte aanval kan maken. Ga zo onder de aankomende bal staan dat hij op je neus zou landen als je hem niet terugspeelde. Zorg wel dat je al klaarstaat wanneer je de bal raakt, anders is de kans groot dat hij gaat draaien. En als de bal in de lucht te hard om zijn as draait (behalve bij de service), dan wordt afgefloten en gaat het punt naar de tegenstander.
1
Wacht de bal af met licht gebogen knieën en ellebogen. Strek je benen vlak voor en op het moment van spelen. Als je de bal speelt, maak dan met je wijsvingers en duimen een driehoekje. Je handen vormen een kommetje.
2
Als de bal je vingers raakt, geef dan even mee (net als een trampoline) en strek je armen volledig uit. Wijs de bal na met je vingers en kies dan positie voor de volgende bal.
Techniek 5: Sky-ball
De enige keer dat in het beachvolley onderhands wordt geserveerd is voor een sky-ball ofwel sky-surf. Daarbij wordt de bal zo hoog opgeslagen dat hij een speelbal wordt van de wind en het moeilijk te voorspellen wordt waar hij zal landen.
1
Leg de bal op je vingertoppen en beweeg je hand omhoog voor de opgooi. Beweeg je slagarm zover naar achteren dat je weerstand voelt in je schoudergewricht.
2
Beweeg je slagarm naar voren en gooi de bal een stukje omhoog.
3
Raak de bal naar wens met een open of gesloten vuist op een punt net achter het middelpunt.
4
Maak de zwaai af. Omdat je de bal naast het middelpunt hebt geraakt, krijgt hij effect en zal hij lekker snel draaien.
Techniek 6: Service
De sprongservice is de snelste manier om het spel naar je toe te trekken, maar ook de moeilijkste beweging om te beheersen. In principe is het dezelfde slag als een frontale aanval. Probeer de bal zo hoog te raken, dat hij geen boogje over het net meer hoeft te maken, maar een rechte baan kan maken. Zo wordt hij snel en bijna onhoudbaar.
1
Zet je voeten op paslengte uit elkaar en gooi de bal met je slaghand boven je hoofd.
2
Zet je achterste been bij en beweeg je armen naar achteren.
3
Spring krachtig omhoog en haal uit met je slagarm. Met de hand van je andere arm wijs je de bal aan (daardoor raak je hem zuiverder). Sla de bal hard met het hele vlak van je hand, en zorg dat je hem iets doorbeweegt over de bal.












