Home > Wijn Survivalgids

Wijn Survivalgids

Om je wijnzelfvertrouwen op te krikken en vinologische faalangst te voorkomen, herschreef wijnboer Ilja Gort voor Men’s Health de essentials uit zijn Wijnsurvivalboek, de wijngids voor bierdrinkers. Het verschaft bovendien een aantal geheime wijnboerentips waarmee je diepe indruk zult maken op je tafelgenoten. Mannen zullen in ademloze bewondering aan je lippen hangen. Vrouwen zullen als rijpe vruchten in je schoot vallen.

door Ilja Gort

‘Ik weet niets van wijn’.


Met een licht schuldige ondertoon wordt met die woorden de wijnkaart vaak snel doorgeschoven aan een tafelgenoot. Na lezing van dit artikel is wijnvrees nooit meer nodig.

Wat is wijn?

In wezen zijn er maar twee soorten wijn, lekkere en vieze. Laat je door deze ogenschijnlijke eenvoud niet in de luren leggen: wijn is van vitaal belang. Het is het smeermiddel van de economie en het glijmiddel van de relatie. Wat meer weten over dit geheimzinnige druivenbloed is dus hard nodig; daar word je een gelukkiger mens van.

Waarom is wijn zo gezond?

Waar moet je op letten?

Wijn is voor iedereen. Je hoeft er niets van af te weten, er hoeft niet deftig over gedaan te worden, maar hij moet wel goed zijn.
Op wijn moet je nooit bezuinigen, daar is het leven te kort en te mooi voor. Bovendien kun je redelijkerwijs slechts een paar glazen wijn per dag drinken, dus moge dat maar beter goede zijn.

Wanneer is een wijn goed?

Als ‘ie duur is? Nee. Er zijn hele lekkere wijnen die bijna niks kosten, en peperdure wijnen die zo door het putje kunnen. De prijs zegt weinig. Het gaat om de smaak. Als we een slok nemen en de smaak is meteen weg, dan is het geen goede wijn. Niet opdrinken, andere wijn opentrekken.
Blijft de smaak na het doorslikken nog enige seconden nazinderen, dan hebben we een wijn te pakken die helemaal oké is. In de mond laat hij een spoor van vreugde na. Heel even is hij onsterfelijk: hij is er nog, terwijl hij eigenlijk al weg is. Afdronk, noemen ze dat. Of mooier in het Frans: ‘finale’.

Nooit, ik herhaal NOOIT, vieze wijn drinken. Zelfs niet uit beleefdheid.
Dan maar geen wijn, of in het ergste geval bier.
Slechte wijn keuren we af, spugen we uit, of gooien we weg.
In een restaurant meteen een andere fles bestellen. Laten we dat bij deze afspreken.

Hoe proef ik wijn?

Wijn moet niet alleen goed smaken, hij moet ook lekker ruiken. De meeste smaakreceptoren zitten namelijk niet in de mond maar in de neus; de geur bepaalt dus ook de smaak. Wijn die je inschenkt en die naar niks ruikt? Wegkieperen. Wordt niks. Geurt een wijn naar bloemetjes, naar kersjes of naar hele lekkere wijn, dan zitten we goed.

Wijnproeven is leuk en lekker, maar vooral ook lastig. De tong is hierbij geen betrouwbare partner. Afgezien van het feit dat dit eigenzinnige lichaamsdeel ons regelmatig een loer draait door op het verkeerde moment de verkeerde dingen te zeggen, hebben we er verder ook niet veel aan. Het trouweloze vleeslapje kan slechts een schamele vier smaken onderscheiden: zoet, zuur, zout en bitter.

Gelukkig zijn we gezegend met een ambitieuze neus. Volledig uitgerust voor allerhande proef-, smaak-, en ruikactiviteiten, want bovenin de neus is de binnenzijde ingenieus gestoffeerd met hypergevoelige geurreceptoren (mijn eigen neus heb ik daarom onlangs laten verzekeren voor vijf miljoen euro). Proeven doen we dus voor een groot deel met de neus. Aan wijn moet daarom allereerst flink gesnoven worden. Met het navolgende 7-stappenwijnproefplan kun je niet meer mis.


  1. Kijken

  2. Hef het glas op ooghoogte, houd het tegen het licht, knijp één oog dicht en controleer:

    • Of er wijn in zit.

    • Of de kleur in orde is.

    • Of er geen dépot in rondzweeft, of stukjes kurk in drijven.



    Wijnkleur

    • Jonge rode wijn is paarsig.

    • Jonge bordeaux is dieppaars.

    • Drinkklare wijn is bordeauxrood.

    • Bourgogne is theatergordijnenrood.

    • Veel zuidelijke wijnen zoals Rhônewijn zijn donkerrood, bijna zwart.

    • Hoe ouder een wijn, hoe bruiner de kleur. Bruinig rood betekent oude wijn.

    • Witte bourgogne, witte Pessac-Leognan (lekker!) of Sauternes, moet een beetje gelig en stroperig zijn.

    • Chablis is bleekgeel met een hint van lichtgroen.

    • Witte Loire, zoals Sancerre, moet tussen bleekgeel en transparant zijn.

    • Te geel is meestal te oud. Terug met die wijn. Nieuwe fles s.v.p., van een jonger jaar.

    • Rosé kan alle kleuren roze van de regenboog hebben. Er is hele lichte rosé, en rosé die bijna donkerrood is. Zegt niets over de kwaliteit. Kwestie van smaak. Is rosé oranje, dan is ‘ie te oud. Weg ermee.



  3. Walsen
    Walsen is met een cirkelende beweging van de pols de wijn in het glas laten ronddraaien. Dat is belangrijk, want zo komt het aroma los. De geurstoffen assimileren met zuurstof en het aroma is beter te ruiken.

    2a Voor beginners: tafelwalsen
    Zet het glas op tafel, pak het met drie vingers bij de steel en draai voorzichtig rondjes over het tafelkleed. Rustig draaien zodat de wijn met mooie regelmatige slagen door het glas walst.

    2b Voor gevorderden: luchtwalsen
    Houd het glas in de lucht, wals met losse pols en draai onderwijl het glas rond. First try this at home, want bij te enthousiast luchtwalsen, krijg je van die lastig te verwijderen vlekken op het plafond.

  4. Ruiken

  5. Breng het nog nawalsende glas naar de mond. Steek je neus in het glas, beweeg hem zachtjes snuffelend over het oppervlak van de wijn en snuif het aroma op. Nu weten we of een wijn kurk heeft, of ‘ie over z’n ‘uvd’ heen is, of dat hij heerlijk is.

  6. Proeven

  7. Neem een slok. Nee, niet doorslikken, houd de wijn in je mond. Tuit je lippen en zuig zachtjes lucht dóór de wijn heen naar binnen. Zo vermengt de wijn zich met lucht en ontploffen de aromabommetjes in je mond. De smaak komt vrij en je proeft de wijn zoals je ‘m nog nooit geproefd hebt. Laat de slok wijn door je hele mond vloeien om de smaaknuances langs zo veel mogelijk smaakpapillen te jagen. Spoel hem om je tong heen, als zeewater langs een koraalrif en kauw de wijn. Kauw hem als een appel.

  8. Uitspugen of doorslikken

  9. Pas wanneer al deze handelingen verricht zijn, spuug je hem uit als ‘ie vies is, of slikt je hem bedachtzaam en zwijgend door als ‘ie lekker is.

    Nooit gedachteloos wijn drinken. Net als een schilderij, een film of een cd knapt wijn enorm op van de liefde die de maker erin steekt om het eindproduct op topniveau te krijgen. Goede wijn is een delicatesse en moet, net als muziek, of als rivierkreeftwangetjes op een bedje van gevulde nachtegalentongetjes, met volle aandacht genoten worden.

    Slik de geslurpte slok langzaam door en, doodzonde nummer 1, begin niet meteen te kletsen. Ik ben er getuige van geweest hoe iemand een slok Romanée-Conti van 800 euro zonder te proeven doorslikte en direct over zijn nieuwe BMW begon te leuteren. Vreselijk. Een vergrijp dat wat mij betreft niet zwaar genoeg bestraft kan worden.

    Nee, doorslikken, genieten en nagenieten. Altijd. Dat hoeft helemaal niet met gesloten ogen en religieus gevouwen handen, en ook niet de hele maaltijd door, maar toch, d’r zitten maar zes glazen in een fles. Dus geniet optimaal van elke slok. Is de wijn niet lekker, dan uitspugen en een andere fles opentrekken.

  10. Toasten

  11. Nooit, ik herhaal NOOIT, drinken zonder eerst te toasten. Sterker nog: toast gerust na ieder nieuw glas. Dat is gezellig en intiem en het voorkomt dat we de wijn abusievelijk gedachteloos doorslikken.

  12. Genieten

  13. Al dat geneuzel over snuiven, walsen en slurpen is er niet voor niks: wijn wordt met verschrikkelijk veel liefde en passie gemaakt. Dus dat giet je niet al leuterend je keelgat in. Wijn moet je bewust drinken. Genieten moeten we. Van elke slok.

    Het kan trouwens geen kwaad om er ‘ns bij stil te staan dat iedere gebeurtenis uniek is. Doodgewone dagelijkse dingen kunnen jaren later onverwachts van grote betekenis blijken. Spelen met je kind, bijvoorbeeld, van wie de opvoeding voor een groot gedeelte opgaat in de drukte van het werk, in de waan van de dag. Momenten die nooit meer terug komen. Elke gebeurtenis is eenmalig, herkansing wordt zelden geboden. Zo ook een fles wijn. Die bewuste fles die je op enig moment aan het drinken bent, komt nooit meer terug. Als ‘ie op is, is ‘ie weg. Voor altijd. Dus doe mij een lol, en geniet er alsjeblieft intens

Volgorde bij het proeven:
Kijken. Walsen. Ruiken. Proeven. Slikken (of spugen). Toasten. Genieten.
Ezelsbruggetje: Klaas-Willem Rookt Prima Sigaren Te Groot.

Rosé
Verse rosé is heerlijk. Niet moeilijk over doen: nooit bewaren, gewoon opentrekken, opdrinken, uitpissen en nieuwe kopen. Maar let op het jaartal: rosé mag niet ouder zijn dan één jaar. Laat je niets wijsmaken. In 2008 drink je 2007. In 2009 drink je 2008.

Over rosé wordt een hoop onzin verteld. Zo hoor je wel dat het een mengeling is van rode en witte wijn. Dat is niet zo. Rosé wordt, net als rode wijn, gemaakt van rode druiven. Maar rode druiven geven wit sap. De wijn krijgt z’n kleur van de schilletjes. Bij rode wijn blijven die schilletjes maanden samen met het druivensap in de vaten; hoe langer samen, hoe roder de wijn. Bij rosé worden de schilletjes na een paar uur uit het druivensap gehaald zodat het niet rood, maar roze wordt. Maandje of wat gisten, en in de fles ermee! En het mooie is: dan mag ‘ie ook meteen gedronken worden! Niks tien jaar bewaren! Meteen opdrinken.

Champagne
Champagne is één van mijn favoriete wijnen. Ik heb altijd een paar flesjes koud staan, je weet tenslotte maar nooit. Maar voorzichtig ermee, want je drinkt het als limonade. Anderzijds werkt het sterk erotiserend, dus zie het als een investering. Maar niet van dat benauwde. Champagne moet spuiten. Voor gebruik de fles dus altijd flink schudden en de wijn ruim over de glazen en de tafel laten schuimen. Je hebt door dat gespuit misschien 'n paar glaasjes minder, maar het feest is vele malen groter.

Wat is nou eigenlijk kurk?
‘Kurk’ is niet dat er stukjes kurk in het glas drijven. Dat is nooit erg, die doen niets af aan de smaak van de wijn. Die vissen we eruit met de achterkant van onze lepel of met een poot van onze bril.

Nee, ‘kurk’ is een (door een geïnfecteerde kurk veroorzaakte) afwijking aan de wijn en, zoals een ijsbeer een mens ruikt op 30 kilometer afstand, zo ook ruik je ‘kurk’. Niettemin lastig te spotten, want het komt in vele gedaanten. Soms heel licht, echt ‘een vermoeden van’; soms walmt ‘ie je op een meter afstand al in het gezicht als een dronkaard die een kusje wil. Een wijn met ‘kurk’ kunnen we niet drinken. Weg ermee. In een restaurant graag een gratis nieuwe fles.

Oogstjaar
Voor de gemiddelde wijn is het oogstjaar niet echt relevant, want ook in minder goede wijnjaren wordt er prima wijn gemaakt. Niettemin is het wel degelijk iets om op te letten. Met name ter controle van de leeftijd van de wijn. Vooral bij wit en rosé dus, die je nooit ouder dan een jaar mogen zijn. Word je verrast met een lekkere wijn, onthoud dan de naam van het wijnhuis. Als daar goede wijn vandaan komt, doet het oogstjaar er niet zo toe.
De meeste Franse rode wijnen kunnen gemiddeld zo’n 1 à 2 jaar na de oogst gedronken worden. Bordeaux en Bourgogne liever na een jaar of vier, vijf.

Wijnsurvivaltip
Hebben we onze wijnkeuze bepaald, schenk de fles dan niet zomaar uit. Dan is het slechts een wijn van dertien in een dozijn. Nee, probeer er altijd een boeiend brokje info bij te verstrekken. Observeer hiertoe ongemerkt het achteretiket en vertaal dit naar een smakelijke anekdote. Wanneer dit ontbreekt, dien je hier zelf in te voorzien. Wees daarin creatief. Máák er wat van. Voorbeeldje:

‘Deze wijn komt van een stukje grond dat alleen goed genoeg was om je hond op uit te laten. De eigenzinnige wijnboer, Jean-Claude Pipet, heeft de struiken gerooid en er Carmenière, een in onbruik geraakt druivenras uit de streek, aangeplant. Hij ploegt de wijngaard met een paard en perst de wijn met de houten draaipers van z’n overgrootvader.’

Of:
‘De eigenaar van dit domein staat erop dat de druiven met blote voeten worden geplet. Om de specifieke smaak van zijn ‘terroir’ optimaal tot z’n recht te laten komen, staat hij niet toe dat de plukkers hun voeten van tevoren wassen. De wijn gaat vervolgens nadrukkelijk ongefilterd op fles. Dat levert een zachte wijn op met een aardse smaak en een hint van uitgerijpte Camembert.’

Of:
‘Dit komt van een heel klein boertje die van deze wijn maar een paar honderd flessen per jaar maakt. Elke dag gaat hij met een klein marterharen kwastje de hele wijngaard door om elk druifje afzonderlijk af te stoffen. Uiteindelijk, tijdens de oogst, wordt elke druif apart geperst met een klein handpersje van Swarovski-kristal. Niet áán te komen deze wijn. Dit verkoopt hij niet, nee, dit wordt je toegewezen. Je mág zes flessen kopen. En die zijn al weg voordat ze gebotteld zijn.’

Je zult zien: iedereen gaat geïntrigeerd zitten ruiken en slurpen en je wijnkeuze zal alom bewondering oogsten.

Hartelijk Santé

blog comments powered by Disqus